ECLI:NL:RBMNE:2025:6869

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11781841 \ MC EXPL 25-3774 BW 31650 DEF
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wet CAOArt. 6 cao Sociaal Fonds VeiligheidsdomeinArt. 6 lid 5 cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting premies en boetes na opzegging lidmaatschap werkgeversvereniging in beveiligingsbranche

De Stichting Sociaal Fonds Veiligheidsdomein vordert van [gedaagde] B.V. betaling van premies en boetes over de periode van 21 augustus 2024 tot en met oktober 2025, voortvloeiend uit de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein. [gedaagde] heeft haar lidmaatschap van de werkgeversvereniging VVNL opgezegd per 19 november 2024, met een opzegtermijn die het lidmaatschap formeel laat doorlopen tot 1 januari 2026.

De kern van het geschil betreft de vraag of [gedaagde] na de opzegging nog gehouden is aan de premies en boetes uit hoofde van de cao's. Sociaal Fonds Veiligheidsdomein stelt dat de verplichtingen blijven bestaan gedurende de looptijd van de cao's, terwijl [gedaagde] betwist dat zij na het einde van het lidmaatschap nog premies verschuldigd is.

De kantonrechter constateert dat de communicatie vanuit Sociaal Fonds Veiligheidsdomein tegenstrijdig en verwarrend is, met verschillende e-mails die uiteenlopende termijnen noemen voor het einde van de verplichtingen. Beide partijen krijgen daarom de gelegenheid zich nader uit te laten over de gevolgen van deze communicatie voor de vorderingen. Alle beslissingen worden aangehouden tot nadere uitlatingen zijn ontvangen.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten over de gevolgen van tegenstrijdige communicatie over de duur van de cao-verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11781841 \ MC EXPL 25-3774 BW 31650
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
STICHTING SOCIAAL FONDS VEILIGHEIDSDOMEIN,
gevestigd in Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Sociaal Fonds Veiligheidsdomein,
gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door haar bestuurders, de heren [A] en [B] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 27 juni 2025,
- de conclusie van antwoord, genomen tijdens de rolzitting van 16 juli 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte wijziging van 27 oktober 2025 met als bijlage een brief met producties aan [gedaagde] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 november 2025. Namens Sociaal Fonds Veiligheidsdomein is de heer [C] (voorzitter) verschenen, bijgestaan door mr. Obbink. Namens [gedaagde] zijn de heren [B] en [A] (bestuurders) verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen is besproken tijdens de zitting.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De Vereniging Veiligheidsdomein Nederland (VVNL) is een werkgeversvereniging die zich onder meer ten doel stelt de sociaaleconomische belangen – waaronder het sluiten van cao’s - te behartigen voor organisaties in de particuliere beveiliging en in crowdmanagement.
2.2.
[gedaagde] is als werkgever in de beveiligingsbranche sinds januari 2023 lid van VVNL voor zowel de reguliere beveiliging als crowdmanagement. Het lidmaatschap van de VVNL brengt mee dat [gedaagde] gebonden is aan de CAO Veiligheidsdomein en de CAO Sociaal Fonds Veiligheidsdomein.
2.3.
Artikel 10 van Pro de wet CAO vermeldt:
“De leden eener vereniging die door eene collectieve arbeidsovereenkomst gebonden zijn, blijven oo na het verlies van et lidmaatschap door die overeenkomst gebonden’
2.4.
Artikel 6 van Pro de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein bepaalt de verplichting tot premiebetaling.
2.5.
Artikel 6 lid 5 van Pro de Sociaal Fonds Veiligheidsdomein bepaalt:
“De werkgever dient jaarlijks voor 1 mei op verzoek van de Stichting melding van de loonsom op de daarvoor aangegeven wijze te doen. De Stichting kan om een kopie van de verzamelloonstaat van het voorgaande jaar verzoeken. Bij in gebreke van de melding is na de derde herinnering aan de meldplicht iedere in gebreke blijvende maand een geldboete van € 250,- verschuldigd tot aan het moment van ontvangst van de melding en/of de verzamelloonstaat. De verzamelloonstaat vermeldt slechts het cumulatieve totaalbedrag en is ontdaan van persoonsgebonden gegevens anders dan de bedrijfsgegeven.”
2.6.
Sociaal Fonds Veiligheidsdomein heeft in haar e-mails van 22 maart 2024 en 30 april 2025 aan [gedaagde] , voor zover hier relevant, het volgende bevestigd: “
is geen lid meer van VVNL (voorheen VBe NL). Toch is jouw organisatie – conform looptijd cao Veiligheidsdomein en cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein – verplicht om een aantal gegevens aan te leveren over het afgelopen jaar. (…)
De verplichting om deze gegevens aan te leveren blijft gedurende de cao-looptijden op het moment van uitschrijven als VVNL-lid. Voor de cao Veiligheidsdomein is dat tot 1 maart 2024, voor de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein is dat tot 1 januari 2025 (voor beide cao’s geldt: of zoveel langer als cao-partijen zijn overeengekomen).”
2.7.
Op 19 november 2024 heeft [gedaagde] haar lidmaatschap van VVNL opgezegd. Bij brief van 4 december 2024 bevestigt VVNL de opzegging en deelt mede dat de lidmaatschappen per 1 januari 2026 worden beëindigd, omdat beëindiging van de lidmaatschappen dienen te geschieden door opzegging drie maanden voor het einde van het jaar.
2.8.
In de statuten van VVNL staat het volgende over de opzegging van het lidmaatschap:

Artikel 6b uit de Statuten van VVNL
Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van het lopende verenigingsjaar. Zij geschiedt door een schriftelijke kennisgeving gericht aan de secretaris van de vereniging, die deze kennisgeving vóór de eerste oktober in het bezit moet hebben. De secretaris bevestigt de ontvangst van de opzegging schriftelijk binnen veertien dagen. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar, tenzij het bestuur anders besluit of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.”
2.9.
Per 1 januari 2025 is de nieuwe cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein ingegaan, met een looptijd tot 1 januari 2030.

3.Het geschil

3.1.
Sociaal Fonds Veiligheidsdomein vordert betaling van premies en boetes van [gedaagde] over de periode van 21 augustus 2024 tot en met oktober 2025 uit hoofde van haar gebondenheid aan de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein. Sociaal Fonds Veiligheidsdomein vordert een totaalbedrag van € 12.045,29 aan premies en boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten van € 889,40 en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Sociaal Fonds Veiligheidsdomein, dan wel tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] is een werkgever in de beveiligingsbranche en is sinds januari 2023 lid van VVNL. Door het lidmaatschap van de VVNL is [gedaagde] gebonden aan zowel de cao Veiligheidsdomein als de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein (hierna: cao SFV).
De gebondenheid aan de cao SFV, via het lidmaatschap VVNL, leidt tot de verplichting om premies te betalen. In deze zaak wordt aanspraak gemaakt op betaling van de achterstallige premies en boetes..
4.2.
[gedaagde] zegt dat zij door de opzegging van haar lidmaatschap van de VVNL niet meer gebonden is aan de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein. [gedaagde] wijst erop dat [gedaagde] weliswaar haar lidmaatschap heeft opgezegd, maar dat die opzegging pas ingaat per 1 januari 2026. De kantonrechter stelt vast dat dit uitgangspunt in beginsel juist is. In de statuten van VVNL is namelijk bepaald (in artikel 6 sub b van Pro de oude en artikel 7 lid Pro 1 b van de nieuwe statuten van VVNL), dat een opzegtermijn van drie maanden geldt tegen het einde van een kalenderjaar. Omdat [gedaagde] op 19 november 2024 het lidmaatschap heeft opgezegd, kon zij niet meer opzeggen tegen het einde van 2025 en zou het lidmaatschap in beginsel dus pas eindigen per 1 januari 2026.
4.3.
De wijze van communicatie door Sociaal Fonds Veiligheidsdomein aan [gedaagde] roept echter bij de kantonrechter wel de nodige vragen op.
[gedaagde] heeft namelijk tijdens de zitting een e-mail van Sociaal Fonds Veiligheidsdomein overgelegd van 4 december 2024 waarin de opzegging van het lidmaatschap door [gedaagde] wordt bevestigd per 1 januari 2026. In die e-mail staat verder dat de verplichtingen uit de cao’s zoals de arbeidsvoorwaarden en premiebijdragen blijven bestaan tijdens de looptijden van de cao’s. Daarbij vermeldt Sociaal Fonds Veiligheidsdomein in deze betreffende e-mail expliciet dat de cao Veiligheidsdomein geldt tot 1 maart 2025 en de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein tot 1 januari 2025.
Volgens Sociaal Fonds Veiligheidsdomein heeft zij echter duidelijk bevestigd aan [gedaagde] dat het lidmaatschap pas eindigt per 1 januari 2026 en is de looptijd van de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein per 1 januari 2025 verlengd tot en met 31 december 2025. [gedaagde] zou volgens Sociaal Fonds Veiligheidsdomein dus tot die tijd gebonden blijven aan de verplichtingen uit die cao, omdat zij op dat moment nog lid was van VVNL.
4.4.
De kantonrechter stelt echter vast dat Sociaal Fonds Veiligheidsdomein niet alleen op 4 december 2024 in een e-mail aan [gedaagde] heeft laten weten dat haar verplichtingen op grond van de cao SFV
tot 1 januari 2025blijven gelden. Als productie 4 heeft Sociaal Fonds Veiligheidsdomein namelijk diverse e-mails overgelegd die zij aan [gedaagde] heeft gestuurd. In de e-mail van 22 maart 2024 staat onder meer: “
is geen lid meer van VVNL (voorheen VBe NL). Toch is jouw organisatie – conform looptijd cao Veiligheidsdomein en cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein – verplicht om een aantal gegeven aan te leveren over het afgelopen jaar. (…) De verplichting om deze gegevens aan te leveren blijft gedurende de cao-looptijden op het moment van uitschrijven als VVNL-lid. Voor de cao Veiligheidsdomein is dat tot 1 maart 2024, voor de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein is dat tot 1 januari 2025 (voor beide cao’s geldt: of zoveel langer als cao-partijen zijn overeengekomen).”
Op 30 april 2025 stuurt Sociaal Fonds Veiligheidsdomein een e-mail met dezelfde strekking, waarin opnieuw wordt herhaald dat [gedaagde] geen lid meer is van VVNL en waarbij nogmaals wordt vermeld dat de verplichting om de gegevens aan te leveren blijft gelden gedurende de cao-looptijden en wordt wederom 1 maart 2024 genoemd voor de cao Veiligheidsdomein en 1 januari 2025 voor de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de communicatie vanuit Sociaal Fonds Veiligheidsdomein op zijn minst tegenstrijdig en verwarrend geweest. Zij heeft in elk geval in drie verschillende e-mails aan [gedaagde] laten weten dat haar verplichtingen op grond van de cao SFV lopen tot 1 januari 2025. Weliswaar staat tussen haakjes daarachter vermeld “
of zoveel langer als cao-partjen zijn overeengekomen”, maar zelfs in de e-mail van 30 april 2025 (toen de cao SFV dus al verlengd was), schrijft Sociaal Fonds Veiligheidsdomein nogmaals aan [gedaagde] dat haar verplichting om gegevens aan te leveren voor de premievaststelling op grond van de cao SFV geldt tot 1 januari 2025.
4.6.
Gelet op de stelling van [gedaagde] dat zij uit de mededelingen vanuit Sociaal Fonds Veiligheidsdomein mocht begrijpen dat haar verplichtingen per 1 januari 2025 zouden eindigen voor de cao SFV, stelt de kantonrechter beide partijen in de gelegenheid zich nader uit te laten over de consequenties die hieraan volgens hen moeten worden verbonden voor de door Sociaal Fonds Veiligheidsdomein ingestelde vorderingen (de hoogte van de premies, de boetes, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten).
Beide partijen zullen zich hier bij akte over mogen uitlaten op de in de beslissing genoemde data. Als een akte niet of niet tijdig wordt ingediend, onvoldoende duidelijk is of onvoldoende gespecificeerd is, zal de kantonrechter hieraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
Alle beslissingen worden aangehouden
4.7.
Gelet op de gelegenheid die partijen nog krijgen om zich uit te laten over de communicatie vanuit Sociaal Fonds Veiligheidsdomein zoals hiervoor overwogen, houdt de kantonrechter alle beslissingen aan.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 7 januari 2026voor akte uitlating zijdens Sociaal Fonds Veiligheidsdomein. Vervolgens wordt de zaak verwezen naar de rol van
woensdag 4 februari 2026voor akte uitlating zijdens [gedaagde] ,
5.2.
houdt alle beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.