Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen een eiser en het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht. De zaak betreft een beroep van eiser tegen een brief van verweerder, waarin verweerder aangaf geen partij te zijn in het persoonlijke geschil van eiser met vervoersbedrijven en uitzendorganisaties over hun aannamebeleid. De rechtbank heeft vastgesteld dat de brief van verweerder niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om op het beroep van eiser te beslissen. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak gedaan zonder zitting. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.