ECLI:NL:RBMNE:2025:6829
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum vastgesteld
Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank beoordeelt dat verzoekster ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is gebleken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, mede doordat schulden zijn gemaakt door haar ex-partner en de schuldenlijst incompleet is.
De rechtbank stelt vast dat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de Wsnp-procedure te openen. De ingangsdatum van de Wsnp wordt vastgesteld op 1 april 2025, de datum waarop verzoekster de schuldhulpregelingsovereenkomst tekende. Hoewel tijdens het minnelijk traject geen besparingen voor gezamenlijke schuldeisers plaatsvonden door beslaglegging, wordt dit niet aan verzoekster toegerekend. Ook de arbeidstijd van 32 uur per week in plaats van 36 uur wordt geaccepteerd gezien persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen tijdens de Wsnp. De bewindvoerder moet onderzoeken of verzoekster voldoende heeft voldaan aan de inspanningsverplichting in het minnelijk traject om de eerdere ingangsdatum te rechtvaardigen. De Wsnp-regeling wordt vastgesteld op een duur van 10 maanden, met een postblokkade van 13 maanden of korter indien noodzakelijk.
Indien verzoekster zich houdt aan alle verplichtingen, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt de voorwaarden en toezichthouders voor het Wsnp-traject.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met ingangsdatum 1 april 2025 en een looptijd van 10 maanden.