ECLI:NL:RBMNE:2025:6813

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/6602
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, waarbij het bezwaar van verzoeker tegen een eerder besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en besluit zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Het zogeheten connexiteitsvereiste houdt in dat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd als er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is.

De rechtbank heeft het beroep van verzoeker inmiddels ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende procedure meer is. Hierdoor is niet voldaan aan het connexiteitsvereiste en wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het connexiteitsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6602

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 9 oktober 2025, waarbij het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit van 27 juni 2025 niet-ontvankelijk is verklaard.
1.1.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Na kennis te hebben genomen van de stukken ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. De voorzieningenrechter doet dus uitspraak zonder zitting.
2.1.
Er kan alleen een voorlopige voorziening worden verzocht als een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is. [1] Dit wordt het zogenoemde connexiteitsvereiste genoemd.
2.2.
Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar– dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
2.3.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid van de Awb.