ECLI:NL:RBMNE:2025:6792
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen omgevingsvergunning uitbreiding schuurtjes niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiseres maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning die op 10 januari 2025 werd verleend voor de uitbreiding van twee reeds vergunde schuurtjes. Het bezwaar werd op 3 maart 2025 ingediend, wat na de wettelijke termijn van zes weken viel. Het college verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.
Eiseres voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege meerdere omstandigheden, waaronder een vermeende onjuiste publicatie van een eerdere vergunning uit 2022, slechte bereikbaarheid van de gemeente, het ontbreken van rechtsbijstand, een misvatting over de aanvang van de bezwaartermijn en haar fysieke en mentale gezondheidsproblemen. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank benadrukte dat de vergunning van 10 januari 2025 correct was gepubliceerd op 20 januari 2025 en dat eiseres tijdig kennis had kunnen nemen van het besluit. Ook het feit dat eiseres een verkeerde datum in gedachten had en de slechte bereikbaarheid van de gemeente konden de overschrijding niet rechtvaardigen. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat gezondheidsproblemen het tijdig indienen van het bezwaar onmogelijk maakten.
Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding om het griffierecht terug te geven of proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens te late indiening is ongegrond verklaard.