In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedateerd 19 december 2025, wordt de beëindiging van de Ziektewet (ZW)-uitkering van eiseres per 22 januari 2024 behandeld. Eiseres, die zich op 13 september 2022 ziekmeldde, is van mening dat het UWV ten onrechte haar uitkering heeft beëindigd, omdat zij volgens haar meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiseres en komt tot de conclusie dat het UWV terecht heeft gehandeld. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Het procesverloop laat zien dat het UWV op 21 december 2023 de ZW-uitkering heeft beëindigd, omdat eiseres per 22 januari 2024 in staat zou zijn om 82,38% van haar laatstverdiende loon te verdienen. Eiseres heeft bezwaar aangetekend, maar dit werd ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 8 oktober 2025 zijn beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden. De rechtbank heeft de medische beoordeling van het UWV gevolgd, waarbij eiseres aanvoert dat haar medische situatie niet goed is ingeschat. De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend heeft gemotiveerd dat de vastgestelde beperkingen juist zijn en dat er geen reden is voor meer beperkingen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit van het UWV in stand blijft. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.