Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 22 maart 2024;
- het verweerschrift van de man (met bijlagen) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);
- de brief van 2 juli 2024 van de vrouw, met bijlagen;
- het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) op de zelfstandige verzoeken van de man;
- de brief van 25 augustus 2025 van de man, met bijlagen;
- het bericht van 28 augustus 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het bericht van 29 augustus 2025 van de vrouw, met bijlagen.
2.Waar de procedure over gaat
- te bepalen dat de man een partneralimentatie van € 1.237,- per maand moet betalen aan de vrouw;
- primair: het echtscheidingsconvenant in de beschikking op te nemen en aan te hechten;
- subsidiair: de verdeling vast te stellen conform punt 20 tot en met 24 van het verzoekschrift van de vrouw en de verdeling van de echtelijke woning aan de [adres] in [woonplaats] te bepalen door verkoop en verdeling van de overwaarde bij helfte;
- ten aanzien van de vakantiewoning in Turkije:
- te bepalen dat de leningen van partijen van € 6.500,- worden verdeeld en verrekend uit de overwaarde van de echtelijke woning;
- te bepalen dat de pensioenrechten van de man moeten worden verevend.
3.De beoordeling
- bepalen dat de man een partneralimentatie van € 1.237,- per maand aan de vrouw moet betalen;
- bepaalt in het kader van de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen en de afwikkeling van de verwervingsdeelneming dat:
4.De beslissing
- de vrouw moet € 8.394,97 aan de man betalen als vergoeding voor het gebruik van de gezamenlijke woning;
- de auto Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , gaat naar de vrouw en de auto Mercedes-Benz, kenteken [kenteken] , blijft bij de man. De vrouw betaalt de man € 625,-;
- partijen de inboedel in onderling overleg dienen te verdelen;
- elk van partijen houdt zijn/haar bankrekeningen zonder dat de saldi worden verrekend;
- voor de vakantiewoning in Turkije ( [adres] in [plaats] ) geldt het volgende: