Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:6777

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/16/599308 / FT RK 25/886
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot dwangakkoord in schuldsanering tegen weigering schuldeiser

Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden waarbij hij gedurende achttien maanden alles boven het vrij te laten bedrag spaart voor zijn schuldeisers, met een maandelijkse inleg van €375,84. Van de 40 schuldeisers heeft alleen één schuldeiser, die €4.000 vordert, het aanbod geweigerd.

De rechtbank heeft beoordeeld dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering kon komen, mede omdat het akkoord financieel gunstiger is dan toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP), waar kosten zoals bewindvoerderssalaris en griffierecht eerst voldaan moeten worden.

Verzoeker heeft zijn schulden onder controle en een beschermingsbewindvoerder, wat de kans op toelating tot WSNP aannemelijk maakt. Het belang van verzoeker en overige schuldeisers weegt zwaarder dan dat van de weigeraar, waardoor het dwangakkoord wordt toegewezen en de schuldeiser wordt bevolen in te stemmen.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot dwangakkoord toe.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599308 / FT RK 25/886
uitspraakdatum: 19 december 2025
Vonnis op grond van artikel 287a Fw (dwangakkoord)
in de zaak van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ( [postcode] ) [woonplaats] ,
hierna: verzoeker
tegen
de besloten vennootschap
[verweerder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door: Deqt,
hierna: [verweerder] .

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw, hierna: het verzoek.
1.2.
Op 10 december 2024 is het verzoek ter zitting behandeld. Op de zitting zijn verzoeker, de heer [A] (Stadsring, schuldhulpverlener) en mevrouw [B] (Stichtingbewindvoering.nl, beschermingsbewindvoerder) verschenen.

2.De feiten

2.1.
Verzoeker is 31 jaar oud en werkt 28 uur per week in loondienst. Daarnaast heeft hij drie keer per week meetings als vervolg van een eerdere behandeling. Hij volgt een 12 stappen programma om in herstel te blijven. Zijn financiën worden sinds november 2023 beheerd door een beschermingsbewindvoerder.
2.2.
Verzoeker heeft 40 concurrente schuldeisers die van hem een totaalbedrag van € 25.865,43 hebben te vorderen.
2.3.
Verzoeker heeft op 22 januari 2025 een schuldregeling aangeboden tegen finale kwijting aan zijn schuldeisers. Het aanbod houdt – samengevat – in dat verzoeker gedurende achttien maanden alles wat hij boven het voor hem geldende vrij te laten bedrag aan inkomsten heeft zal sparen voor zijn schuldeisers. Op dit moment wordt maandelijks € 375,84 gespaard. Er is sprake van een schuldbemiddeling.
2.4.
De onder 2.3. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve
[verweerder] aanvaard. [verweerder] heeft in totaal een bedrag van € 4.000,00 van verzoeker te vorderen en vertegenwoordigt daarmee 16,2 % van de totale schuldenlast.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Verzoeker heeft in het verzoek om toepassing van de schuldsanering de rechtbank verzocht [verweerder] te bevelen in te stemmen met de onder 2.3. bedoelde schuldregeling. Verzoeker heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de schuldeisers bij toepassing van de wettelijke schuldsanering een lagere uitkering hebben te verwachten, en daarmee in redelijkheid niet kunnen weigeren in te stemmen met het aanbod.
3.2.
[verweerder] heeft afwijzend gereageerd op het voorstel. Indien het product compleet en onbeschadigd wordt geretourneerd is men alsnog bereid het voorstel te overwegen. [verweerder] is ter zitting niet verschenen en heeft ook geen verweerschrift ingediend.

4.De beoordeling

4.1.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrij staat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in lagere uitkeringen staat het belang van [verweerder] bij weigering van instemming met de schuldregeling vast.
4.2.
Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als [verweerder] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij dient tevens een vergelijking te worden gemaakt met de situatie dat verzoeker tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten.
4.3.
Bij de beoordeling van de vraag of [verweerder] tot de weigering kon komen, moet worden gekeken naar de inhoud van het akkoord. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het aangeboden akkoord aan de eisen die aan een dergelijk akkoord mogen worden gesteld. Aanvaarding van het akkoord zal tot gevolg hebben dat verzoeker gedurende achttien maanden alles wat hij boven het voor hem geldende vrij te laten bedrag aan inkomsten heeft zal sparen voor zijn schuldeisers. Op dit moment wordt maandelijks € 375,84 gespaard. Er is sprake van een schuldbemiddeling.
4.4.
Uit de stukken en ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Daarnaast heeft verzoeker een beschermingsbewindvoerder en een stabiele (woon)situatie. Daarmee is het niet onaannemelijk dat verzoeker tot een wettelijk schuldsaneringstraject toegelaten zou kunnen worden, zodat de rechtbank aan de genoemde vergelijking toekomt. De rechtbank zal daarom het aanbod vergelijken met het aanbod in de WSNP.
4.5.
Aan het minnelijk traject zijn minder kosten verbonden. Als verzoeker wordt toegelaten tot de Wsnp zullen eerst het bewindvoerderssalaris en het griffierecht moeten worden voldaan. In dat geval zal na aftrek van de kosten een lager bedrag resteren voor uitdeling aan de schuldeisers dan het aanbod wat is gedaan op 22 januari 2025. Verzoeker spaart nu maandelijks € 375,84 gespaard en dit zal naar verwachting niet minder worden, maar mogelijk meer. Dat betekent dat het belang van de overige schuldeisers bij de hogere uitdeling die nu plaats kan vinden, aanmerkelijk is.
4.6.
Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder dienen te wegen dan het belang van de [verweerder] . Verzoeker heeft belang bij zijn schulden buiten de Wsnp om te regelen, wat in overeenstemming is met wat de wetgever met de gedwongen schuldregeling heeft beoogd. De overige schuldeisers hebben zoals uit 4.5. blijkt financieel belang bij toewijzing van dit dwangakkoord. De rechtbank is tevens van oordeel dat [verweerder] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. Het verzoek om [verweerder] te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal dan ook worden toegewezen.
4.7.
Aangezien het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord wordt toegewezen, komt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet meer aan de orde.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
beveelt [verweerder] in te stemmen met de onder 2.3 bedoelde schuldregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025. [1]