Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met één productie
- de akte in geding brengen producties 12-21 van [eiser] .
2.De kern
3.De beoordeling
voordatde overeenkomst wordt gesloten.
Ocidental (HvJEU 20 april 2023, ECLI:EU:C:2023:311).
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een advocatenkantoor tegen een consument voor betaling van openstaande facturen ter hoogte van €16.193,05. De consument betwist de betalingsverplichting primair op grond van een oneerlijk kostenbeding en subsidiair wegens schending van essentiële informatieplichten bij de totstandkoming van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat het kostenbeding niet transparant is omdat onvoldoende informatie is verstrekt over de totale kostenraming, maar dat het beding niet oneerlijk is. De consument bevindt zich in een zwakkere positie, maar het beding verstoort het evenwicht niet aanzienlijk. De consument heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij het beding niet zou hebben aanvaard bij betere informatie.
Wel is vastgesteld dat de advocaat niet heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht zoals bedoeld in artikel 6:230l BW, waardoor een sanctie van 20% op de gevorderde hoofdsom wordt toegepast. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan correcte aanmaning.
De consument wordt veroordeeld tot betaling van €12.954,44 plus wettelijke rente en proceskosten van €2.394,21. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De consument wordt veroordeeld tot betaling van €12.954,44 met 20% sanctie wegens schending informatieplicht, plus rente en proceskosten.