Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
datum : 24 oktober 2025
1.De procedure
- [verzoekster] ;
- Mr. Hees;
- [de dochter] ;
- [de zoon] ;
- Mr. Anink;
- [bewindvoerder] van [bewindvoerder] B.V.
Rechtbank Midden-Nederland
Op verzoek van de dochter is voor haar ouders een bewind ingesteld vanwege vermoedelijke financiële uitbuiting door de kleinzoon en de geestelijke toestand van verzoeker. De kantonrechter stelde het bewind zonder voorafgaand horen in, waarna verzoeker en verzoekster werden gehoord.
Verzoekster betwist het bewind en stelt wilsbekwaam te zijn, ondersteund door twee medische verklaringen. Zij ontkent ook de beschuldigingen van ouderenmisbruik door haar kleinzoon, die volgens haar een lening heeft terugbetaald en niet als gevolmachtigde is aangewezen.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de medische verklaringen de situatie van verzoekster is verslechterd en zij niet in staat is haar financiële belangen adequaat te behartigen. Het levenstestament biedt onvoldoende bescherming, en het bewind is noodzakelijk om het vermogen te beschermen.
Het verzoek tot opheffing van het bewind en tot wijziging van de bewindvoerder wordt afgewezen. De huidige professionele bewindvoerder blijft benoemd omdat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag en hij objectief handelt in het belang van verzoeker en verzoekster.
Uitkomst: Het bewind blijft gehandhaafd en de verzoeken tot opheffing en wijziging van bewindvoerder worden afgewezen.