ECLI:NL:RBMNE:2025:6713
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwstop zonder omgevingsvergunning
Op 24 september 2025 constateerde de toezichthouder dat verzoeker een bouwwerk bouwde zonder omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders legde op 30 september 2025 een bouwstop op met een dwangsom bij overtreding. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij een dwangsom verbeurt bij afronding van de dakafwerking en consolidatie van het bouwwerk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Het college verklaarde dat verzoeker het bouwwerk wind- en waterdicht mag maken met provisorische materialen, waardoor geen spoedeisend belang bestaat.
Daarnaast is een voorlopige voorziening alleen mogelijk als het bestreden besluit evident onrechtmatig is, wat inhoudt dat zonder diepgaand onderzoek zeer ernstig moet worden betwijfeld of het besluit juist is. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding dit te veronderstellen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwstop wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.