ECLI:NL:RBMNE:2025:6705

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/959
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Besluit tot verhalen van kosten van bestuursdwang op eiseres in verband met brandveiligheid en schoonmaak van woning

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 14 oktober 2025, staat het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest centraal. Het college had eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd, waarbij zij haar woning vóór 25 maart 2024 brandveilig en opgeruimd moest hebben. Aangezien eiseres hieraan niet voldeed, heeft de gemeente op 26 maart 2024 de woning laten schoonmaken en brandveilig maken, wat resulteerde in kosten van € 3.397,35. Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit om deze kosten te verhalen, waarop het college het bedrag verlaagde tot € 2.957,35. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank beoordeelt of het college de kosten van bestuursdwang in redelijkheid bij eiseres in rekening heeft kunnen brengen. Eiseres voert aan dat het college de zorgplicht heeft geschonden en dat er schade is ontstaan tijdens de uitvoering van de bestuursdwang. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die het college zouden moeten nopen om af te zien van het kostenverhaal. De last onder bestuursdwang was onherroepelijk en de rechtbank concludeert dat het college de kosten terecht heeft verhaald. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/959

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest

(gemachtigde: mr. W.L. van der Heijden).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om de kosten van € 2.957,35 in verband met het schoonmaken en het brandveilig maken van de woning van eiseres te verhalen op eiseres. Eiseres is het er niet mee eens dat zij dit bedrag aan kosten moet betalen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan, die de rechtbank beoordeelt.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de kosten van € 2.957,35 bij eiseres in rekening mocht brengen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Voorgeschiedenis en besluitvorming

2. Het college heeft met het besluit van 29 februari 2024 aan eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd. Hierin stond dat eiseres haar woning aan de [adres] in [plaats] vóór 25 maart 2024 brandveilig en opgeruimd moest hebben. Eiseres heeft dit niet gedaan, waarna de gemeente op 26 maart 2024 met een schoonmaakbedrijf de woning heeft opgeruimd en brandveilig heeft gemaakt. Het college heeft met het besluit van 11 juli 2024 de kosten (€ 3.397,35) die hiermee gemoeid gingen verhaald op eiseres. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.1
Met het bestreden besluit van 18 december 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het college het besluit gedeeltelijk herzien. Het bedrag dat eiseres moet betalen, is verlaagd tot € 2.957,35.
2.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft gereageerd met een verweerschrift.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag van het besluit
3.
Het college legt aan het bestreden besluit ten grondslag dat eiseres op grond van de opgelegde last onder bestuursdwang van 29 februari 2024 haar woning vóór 25 maart 2024 brandveilig moest maken en moest opruimen. Omdat eiseres dit niet heeft gedaan, heeft de gemeente dit gedaan met een schoonmaakbedrijf. Het college heeft de gemaakte kosten op grond van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht bij eiseres in rekening gebracht. Het college heeft gespecificeerd om welke kosten het gaat. De totale kosten bedragen € 2.957,35 en eiseres moet deze betalen.
Toetsingskader
4. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het college de kosten van bestuursdwang in redelijkheid bij eiseres in rekening heeft kunnen brengen. Volgens de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, gaan uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal als regel samen. [1] Voor het maken van een uitzondering hierop kan aanleiding bestaan als de betreffende persoon geen verwijt valt te maken over de ontstane situatie of als bij het ongedaan maken van de strijdige situatie het algemeen belang in die mate is betrokken, dat moet worden geoordeeld dat de kosten in redelijkheid niet of niet geheel voor rekening van die persoon moeten komen. Ook andere, bijzondere omstandigheden kunnen het bestuursorgaan nopen tot het geheel of gedeeltelijk afzien van het kostenverhaal. In dat laatste geval is het aan de belanghebbende om aannemelijk te maken dat er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de kosten van de bestuursdwang redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn/haar rekening behoren te komen.
4.1
Een belanghebbende kan in de procedure tegen het verhalen van de gemaakte kosten in beginsel niet met succes gronden naar voren brengen die hij tegen de last onder bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan alleen in uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen als evident is dat betrokkene geen overtreder is. [2]
Beoordeling van de beroepsgronden van eiseres
5. Eiseres voert aan dat het college de zorgplicht heeft geschonden. Zowel de boven- als de benedenverdieping zijn schoongemaakt, terwijl mondeling zou zijn afgesproken dat men alleen de benedenverdieping zou doen. Er zijn waardevolle en persoonlijke spullen weg en noodzakelijke gebruiksgoederen zoals een stofzuiger en bestek. Bij de ontruiming is schade ontstaan aan onder andere de muren en vloer. Eiseres wil de gemeente aansprakelijk stellen voor de geleden schade. Bovendien is de privacy van eiseres geschonden, omdat er volgens eiseres foto’s en persoonsgegevens van haar naar het schoonmaakbedrijf zijn verstuurd. Eiseres voert verder aan dat de kosten onnodig hoog zijn, omdat de container maar voor 95% gevuld was.
5.1
Het college voert aan dat de last onder bestuursdwang onherroepelijk is. De last zag op de hele woning. Er is geen toezegging gedaan dat de bovenverdieping niet zou worden schoongemaakt. Er blijkt niet van het onzorgvuldig uitvoeren van de bestuursdwang. Uit vooraf gemaakte foto’s van de woning bleek dat de woning ernstig vervuild was, waardoor grof afval eerst met een schop verwijderd moest worden. Op basis van deze foto’s is ook vooraf ingeschat dat een grote container nodig zou zijn. Het college wilde namelijk voorkomen dat afval niet afgevoerd kon worden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de container weliswaar niet helemaal vol was, maar ook niet voor 95% leeg zoals eiseres aangeeft. Nieuwe, bruikbare en persoonlijke spullen zijn naast de container neergezet en na de schoonmaak teruggeplaatst in de woning. Het is niet aannemelijk dat nieuwe of nog bruikbare zaken zijn weggegooid. Aan eiseres is gevraagd om (recente) bonnen van de aanschaf van de verdwenen spullen te tonen, maar het college heeft deze niet ontvangen. Daarom houdt het college hier in het kostenverhaal geen rekening mee.
5.2
De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiseres zo dat volgens haar sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat moet worden afgezien van het (volledig) verhalen van de kosten van de bestuursdwang. Zij geeft hiervoor 3 argumenten, namelijk: dat sprake is van onzorgvuldig handelen door het college (er had boven niet schoongemaakt mogen worden en de privacy is geschonden), dat tijdens het uitvoeren van de bestuursdwang schade is ontstaan waarmee ten onrechte geen rekening is gehouden en dat de kosten onnodig hoog zijn doordat een te grote container gereserveerd is.
5.3
De rechtbank stelt voorop dat dit beroep alleen gaat over het verhaal van de kosten. De last onder bestuursdwang is namelijk onherroepelijk en staat hier niet meer ter discussie. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het college had moeten afzien van het kostenverhaal. De last onder bestuursdwang zag op de hele woning. Er is niets gebleken van een afwijkende afspraak dat alleen de benedenverdieping zou worden opgeruimd. Eiseres heeft haar standpunt dat er een andere afspraak was niet onderbouwd. Het had op de weg van eiseres gelegen om waardevolle, persoonlijke en nieuwe spullen tijdig op een andere locatie veilig te stellen. Eiseres wist sinds 29 februari 2024 dat zij dit vóór 25 maart 2024 had moeten doen. Als eiseres stelt schade te hebben geleden doordat nieuwe spullen zijn vernietigd, had eiseres gebruik kunnen maken van de mogelijkheid die het college heeft geboden om aankoop- of betaalbewijzen te overleggen. Nu eiseres dit niet heeft gedaan, heeft het college zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de kosten redelijkerwijs niet of niet geheel voor rekening van eiseres mogen komen. Gelet op de beschikbare foto’s in het dossier kan de rechtbank het standpunt van het college volgen dat het college een container van voldoende omvang heeft geplaatst voor het afvoeren van de spullen. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een dringende reden om af te zien van kostenverhaal of van verminderde verwijtbaarheid voor de ontstane situatie waardoor het kostenverhaal niet redelijk is. De rechtbank kan tot slot in deze zaak niet beoordelen of, zoals eiseres stelt, haar privacy is geschonden en welke consequenties hieraan verbonden moeten worden. Dat ligt buiten de omvang van deze zaak. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de kosten van € 2.957,35 in verband met het schoonmaken en het brandveilig maken van de woning van eiseres mocht verhalen op eiseres. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie onder meer de uitspraak van 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3390.
2.Zie onder meer de uitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1042.