ECLI:NL:RBMNE:2025:6704
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 2.879.000,- na een eerdere verlaging van € 3.898.000,-. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en niet hoger mag zijn dan € 2.450.000,-, onder meer vanwege achterstallig onderhoud, gedateerde voorzieningen, energielabel G, en de ligging nabij de snelweg A1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatierapport en een matrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde straat, met verkoopprijzen rondom de waardepeildatum. De rechtbank acht deze referenties geschikt en vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in onderhoud, voorzieningen, grootte en ligging, waaronder de nabijheid van de snelweg en het afnemend grensnut van het grote perceel.
De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, waaronder het argument dat de woning incourant is door de aanwezigheid van een tuinman en verhuurde appartementen, en dat het eigen aankoopbedrag uit 2019 als referentie zou moeten dienen. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.879.000,- wordt ongegrond verklaard.