ECLI:NL:RBMNE:2025:6681

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
16/295791-20
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak in zaak van bankhelpdeskfraude, computervredebreuk en diefstal met valse sleutel

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van bankhelpdeskfraude, computervredebreuk en diefstal met valse sleutel. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 18 november 2025. De officier van justitie beschuldigde de verdachte van meerdere feiten, waaronder het oplichten van aangevers door middel van phishing en het inloggen op hun bankrekeningen met onrechtmatig verkregen inloggegevens. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om de verdachte te veroordelen voor de tenlastegelegde feiten. De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle beschuldigingen, omdat de bewijsvoering niet wettig en overtuigend was. De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet had bijgedragen aan de strafbare feiten en dat de enkele aanwezigheid in de hotelkamer niet voldoende was om tot een veroordeling te komen. De vorderingen van de benadeelde partijen, ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A., werden afgewezen, omdat de verdachte was vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten. De rechtbank gelastte de teruggave van in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/295791-20
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1999] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 november 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Kamper;
  • de advocaat van de verdachte: mr. S. Schilder.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op meerdere tijdstippen op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen samen met anderen heeft geprobeerd om [aangever 1] en [aangever 2] op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2
in de periode van 15 november 2020 tot en met 19 november 2020 in Gouda en/of Vianen, meermaals samen met anderen computervredebreuk heeft gepleegd door met onrechtmatig verkregen inloggegevens van [aangever 3] , [aangever 1] en [aangever 2] in computersystemen van verschillende banken in te loggen;
feit 3op meerdere tijdstippen in de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 in Gouda en/of Vianen samen met anderen [aangever 3] heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 4in de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 in Gouda en/of Vianen, samen met anderen € 859 en/of € 15 heeft gestolen van [aangever 3] door middel van onrechtmatig verkregen inloggegevens.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken. De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Inleiding
Op 19 november 2020 komt er een melding binnen bij de politie dat er mogelijke oplichtingspraktijken zouden plaatsvinden in kamer 303 van het [hotel] in [plaats] . Een medewerker van dit hotel had gehoord dat een persoon in deze kamer zich aan de telefoon voorstelde als een medewerker van de ING bank. De politie komt ter plaatse en treft in de hotelkamer de verdachte aan samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Er worden meerdere gegevensdragers bij de verdachten in beslag genomen en deze worden onderzocht. Op basis van dit onderzoek worden door de politie meerdere aangiftes van marktplaats- en bankhelpdeskfraude gelinkt aan deze verdachten. Deze aangevers verklaren dat zij iets te koop aanboden op Marktplaats en dat er door personen die zich voordeden als bonafide koper (hierna telkens te noemen vermeende koper) contact werd gezocht via Whatsapp. Er werd een prijs overeengekomen en hierna werd door de vermeende verkoper een link gestuurd. Vaak was dit een zogenaamde Marktplaats-verificatielink. Aangevers klikte op deze link en logde hierop in op bun bankomgeving. Achteraf bleek dat een phishinglink was gestuurd waarmee persoonlijke bankgegevens werden verkregen. Met die gegevens werden vervolgens, zonder toestemming van de aangevers, handelingen verricht op hun bankrekening. Sommige aangevers werden daarna nog gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Die gaf aan dat de rekening was gehackt en dat het geld op de rekening veiliggesteld moest worden naar een veilige rekening. Vervolgens werd er door aangevers dan geld overgemaakt naar deze zogenaamde veilige rekeningen.
De beschuldiging is dat de verdachte hier een aandeel in heeft gehad en zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (poging) oplichting, computervredebreuk en diefstal door valselijk verkregen inloggegevens ten aanzien van drie slachtoffers.
Vrijspraak feiten
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (het medeplegen van poging oplichting van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] ), feit 2 (het meermalen medeplegen van computervredebreuk), feit 3 (het medeplegen van oplichting van aangever [aangever 3] ) en feit 4 (het medeplegen van diefstal door middel van valse sleutel van aangever [aangever 3] ) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
Aangevers [aangever 1] en [aangever 2] – feit 1 en feit 2
Aangevers [aangever 1] en [aangever 2] zijn naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats benaderd door een vermeende koper. Hierna werd aan deze aangevers een phishinglink gestuurd en werden er, zonder toestemming van de aangevers, handelingen verricht op hun bankrekening. Dit gebeurde op 19 november 2020. Dit is dezelfde dag dat de verdachte samen met de medeverdachten werd aangetroffen in de hotelkamer van het [hotel] .
Een medewerker van het [hotel] heeft verklaard dat zij heeft gehoord dat in kamer 303 een persoon aan het bellen was en zich voorstelde als een medewerker van de ING bank. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 19 november 2020 samen met anderen op die hotelkamer was om mensen op te lichten. Zij waren op 18 november 2020 al naar het hotel gegaan. De taak van [medeverdachte 1] was dat hij op Marktplaats.nl op zoek moest gaan naar telefoonnummers van mensen die iets te koop aanboden. Een ander zou vervolgens naar die persoon gaan bellen en zich voordoen als een medewerker van de bank. Hij moest zijn laptop meenemen omdat hier programma’s op stonden waarmee fraude kon worden gepleegd. De medeverdachte heeft verklaard dat ze ongeveer 4 of 5 mensen hebben benaderd die dag.
Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat in de hotelkamer inderdaad oplichtingen werden gepleegd. De personen die zich in de kamer bevonden, moeten hebben geweten dat in die kamer werd gebeld met personen om hen op te lichten. De verdachte was daar en moet hiervan dus ook op de hoogte zijn geweest. De enkele wetenschap hiervan is echter niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen van het medeplegen van een poging oplichting van [aangever 1] en/of [aangever 2] of het medeplegen van computervredebreuk. Hiervoor is vereist dat de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het plegen van deze strafbare feiten. De rechtbank moet daarom beoordelen of het dossier bewijs bevat dat de verdachte hierbij betrokken is geweest.
De politie heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van de iPhone X die bij de verdachte in beslag is genomen. In deze telefoon is een foto gevonden die de vermeende koper als Whatsapp profielfoto gebruikte in zijn contact met aangever [aangever 1] . De vondst van deze foto op zichzelf is onvoldoende om vast te stellen of en wat voor een rol de verdachte zou hebben gehad bij de poging tot oplichting en computervredebreuk ten aanzien van [aangever 1] . Het dossier bevat verder geen ander bewijs dat de verdachte een rol zou hebben gespeeld bij de feiten ten aanzien van deze aangever.
Ten aanzien van aangever [aangever 2] bevat het dossier helemaal geen aanknopingspunten dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan deze feiten.
De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat deze aangevers zijn benaderd door de verdachten die zich op 19 november 2020 in de hotelkamer van het [hotel] in [plaats] bevonden.
De rechtbank acht feit 1 en feit 2 ten aanzien van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
Aangever [aangever 3] – feit 2, feit 3 en feit 4
Aangever [aangever 3] werd op 15 november 2020 benaderd door een vermeende koper naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats. De vermeende verkoper heeft een phishinglink gestuurd waar aangever op klikt en via die link € 0,01 overmaakt. Hierna is aangever gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker en hem vertelde dat zijn rekening was gehackt. Aangever zag inderdaad dat er op zijn rekening buiten zijn medeweten en toestemming handelingen waren verricht. Aangever heeft vervolgens op aanraden van deze zogenaamde bankmedewerker geld overgemaakt naar een zogenaamde veilige rekening.
In het dossier wordt melding gemaakt van een foto van de identiteitskaart van aangever [aangever 3] die is aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet duidelijk waar de foto van de identiteitskaart van [aangever 3] is aangetroffen en of dit op de telefoon van de verdachte is geweest. In het proces-verbaal waarin dit wordt geverbaliseerd wordt naast het onderzoek naar de iPhone X van de verdachte ook gesproken over bevindingen van het onderzoek naar de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] . In een whatsapp-chat in de telefoon van [medeverdachte 1] zou een foto van een identiteitskaart van aangever [aangever 3] zijn gedeeld.
Daarnaast is het aantreffen van deze foto op zichzelf onvoldoende om vast te stellen of en welke rol de verdachte zou hebben gehad bij de strafbare feiten op de beschuldiging en of er sprake was van samenwerking met anderen. Het dossier bevat verder geen bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte hierbij. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigen bewezen dat de verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij de oplichting, computervredebreuk en diefstal met valse sleutel van deze aangever. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 2 ten aanzien van aangever [aangever 3] en van feit 3 en feit 4.

4.In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank moet met dit vonnis een beslissing nemen over de volgende in beslag genomen goederen:
- een visitekaartje (2738549);
- een Regiobankpas (2736511);
- een Cartier zonnebril (2738219);
- ABN AMRO bankpas op naam van [verdachte] (2736512).
4.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de in beslag genomen passen en zonnebril verbeurd moeten worden verklaard.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over het strafrechtelijk beslag.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- een visitekaartje (2738549);
- een Regiobankpas (2736511);
- een Cartier zonnebril (2738219).
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten een ABN AMRO bankpas op naam van [verdachte] (2736512), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

5.Vordering benadeelde partij

5.1.
Vordering van de benadeelde partijen
De ABN AMRO Bank N.V. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.120,-. Dit bedrag bestaat uit € 9.000,- voor vergoeding van materiële schade en € 120,- voor vergoeding van proceskosten.
Coöperatieve Rabobank U.A. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 15.669,29. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van Coörperatieve Rabobank U.A. gedeeltelijk hoofdelijk toegewezen kan worden. Voor het overige dient de vordering te worden afgewezen. De vordering van de ABN AMRO Bank N.V. moet worden afgewezen.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de gevraagde vrijspraak.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de aan hem ten laste gelegde feiten. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht zijn ingediend. De benadeelde partijen moeten daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vorderingen in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

6.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
beslag (feit 1, 2, 3 en 4)
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • een visitekaartje (2738549);
  • een Regiobankpas (2736511);
  • een Cartier zonnebril (2738219);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:
 een ABN AMRO bankpas op naam van [verdachte] (2736512);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V. (feit 1 en 2)
- verklaart ABN AMRO Bank N.V. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. (feit 2, 3 en 4)
- verklaart Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. J.T. Pouw en mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1
hij, op of omstreeks 19 november 2020 te Vianen, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meerdere rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die
rekeninghouder(s), van de RegioBank en/of de ABN AMRO bank, te weten
- [aangever 1] (zaak 12) en/of
- [aangever 2] (zaak 21)
te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), althans (enig) goed(eren),
door
- zich telefonisch onder valse naam voor te doen als bankmedewerker van de SNS
RegioBank en/of de ABN AMRO bank, en/of
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat een verdachte transactie is
geconstateerd en/of voornoemde rekeninghouder(s) ervan te overtuigen dat een
geldbedrag naar een veiligheidsrekening moet worden overgemaakt teneinde dit
geldbedrag veilig te stellen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij, in of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 19 november 2020 te
Gouda en/of Vianen, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te
weten computersyste(e)m(en) en/of de server(s) van de Rabobank en/of de RegioBank
en/of de ABN AMRO Bank bevattende (een) account(s) van (klanten van) voornoemde
bank(en), is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een
technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het
aannemen van een valse hoedanigheid
te weten door het inloggen met (een) onrechtmatig verkregen inlogna(a)m(en) en/of
wachtwoord(en) en/of andere (inlog)gegevens van (een) accounthouder(s) van
voornoemde bank(en), te weten van
- [aangever 3] (zaak 3) en/of
- [aangever 1] (zaak 12) en/of
- [aangever 2] (zaak 21);
feit 3
hij, in of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 te
Gouda en/of Vianen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het
aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een rekeninghouder van de Rabobank, te weten [aangever 3] (zaak 3),
heeft bewogen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) (te weten € 4.700,- en/of € 4.300,-),
althans (enig) goed(eren) en/of het ter beschikking stellen van inloggegevens voor
internetbankieren,
door
- zich onder valse naam telefonisch voor te doen als medewerker van de
fraudedesk van de Rabobank, en/of
- voornoemde [aangever 3] mee te delen dat er een vreemde transactie was ontdekt
op zijn bankrekeningnummer en/of dat er geld van zijn bankrekening naar een
buitenlandse bankrekening was overgeschreven en/of dat hij slachtoffer was
geworden van oplichting, en/of
- voornoemde [aangever 3] ervan te overtuigen dat hij zijn geld veilig moet stellen
en/of over moest maken naar een (zogenaamde) veilige rekening,
waardoor voornoemde [aangever 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
feit 4
hij, in of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 te
Gouda en/of Vianen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een of meer geldbedrag(en) (te weten € 859,- en/of € 15,-), welk(e) geldbedrag(en)
geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een rekeninghouder van de Rabobank, te weten
[aangever 3] (zaak 3),
althans een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij
hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),
te weten onrechtmatig verkregen gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of
autorisatiecode(s) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en/of het
autoriseren van een overboeking,
in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s) niet gerechtigd was/waren.