Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kamper;
- de advocaat van de verdachte: mr. B.J. de Pree.
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van bankhelpdeskfraude. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 18 november 2025. De officier van justitie beschuldigde de verdachte ervan dat hij op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen samen met anderen meerdere rekeninghouders van de ING en andere banken had opgelicht door zich voor te doen als een medewerker van de bank. Subsidiair werd ook poging tot oplichting in vereniging ten laste gelegd. Tijdens de zitting pleitte de officier van justitie voor een veroordeling, maar de verdediging vroeg om vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het feit niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak de verdachte vrij. Dit oordeel werd niet verder gemotiveerd, aangezien zowel de officier van justitie als de verdediging tot dezelfde conclusie kwamen.
Daarnaast waren er vorderingen van benadeelde partijen, waaronder ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A., die schadevergoeding eisten. De rechtbank verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de verdachte was vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De rechtbank oordeelde dat de benadeelde partijen geen recht hadden op schadevergoeding, aangezien er geen bewezenverklaring was. De proceskosten werden op nihil begroot, omdat niet vaststond dat de verdachte kosten had gemaakt om tegen de vorderingen in te gaan. De rechtbank gelastte ook de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag aan de verdachte.