In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een eiseres en een gedaagde, waarbij de gedaagde niet is verschenen. De eiseres, vertegenwoordigd door haar advocaat, heeft verzocht om vervangende toestemming om met haar minderjarige kinderen van Syrië naar Nederland te reizen en om reisdocumenten voor hen aan te vragen. De kinderen verblijven sinds juli 2024 in Syrië, maar hebben de Nederlandse nationaliteit en hebben eerder in Nederland gewoond. De eiseres heeft gesteld dat de gedaagde, haar echtgenoot, heeft geweigerd om toestemming te geven voor de terugreis en de reisdocumenten. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, ondanks hun huidige verblijf in Syrië. De rechter heeft geoordeeld dat de eiseres voldoende spoedeisend belang heeft bij haar verzoeken, vooral gezien de dreiging van uithuwelijking van de oudste dochter. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de eiseres toegewezen, waarbij hij vervangende toestemming heeft verleend voor de reis en de aanvraag van reisdocumenten, en bepaald dat de kinderen niet persoonlijk aanwezig hoeven te zijn bij de aanvraag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten zijn gecompenseerd.