Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[A], toegevoegd gerechtsdeurwaarder bij gerechtsdeurwaarder Ignatius Caspar Silvester Feringa,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert een deurwaarder toestemming tot executie van twee auto’s, een Opel Insignia en een Audi TT, die op naam van de zoon van gedaagde staan maar waarvan wordt vermoed dat zij eigendom zijn van gedaagde. Dit naar aanleiding van een betalingsvonnis waarbij gedaagde een bedrag aan eiseres moet voldoen.
De kantonrechter beoordeelt dat voor de Opel voldoende aannemelijk is dat gedaagde de feitelijke macht en het eigendom bezit, mede gelet op het gebruik, de wettelijke bewijsvermoedens en het onvoldoende onderbouwde tegenbewijs van gedaagde. De deurwaarder mag daarom overgaan tot verkoop van de Opel.
Voor de Audi is niet vastgesteld dat gedaagde houder of eigenaar is; het bewijsvermoeden geldt hier niet. De kantonrechter wijst daarom verkoop van de Audi af. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 50,00.
De uitspraak bevestigt het belang van feitelijk gebruik en bewijsvermoedens bij eigendomsvaststelling in executieprocedures en benadrukt dat tegenbewijs voldoende onderbouwd moet zijn om het vermoeden te weerleggen.
Uitkomst: De deurwaarder mag de Opel verkopen, maar niet de Audi, omdat onvoldoende is vastgesteld dat gedaagde eigenaar is van de Audi.