ECLI:NL:RBMNE:2025:6660

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
580281
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen in het kader van Soedanees huwelijk

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, beiden van Soedanese afkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk tussen partijen, dat in 2016 in Soedan is gesloten, rechtsgeldig is en voor erkenning in Nederland vatbaar is. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn. De man is veroordeeld tot het betalen van € 25,- per kind per maand voor de kosten van opvoeding en verzorging. De rechtbank heeft de verzoeken van de man om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen afgewezen, omdat hij geen redenen heeft aangedragen die in het belang van de kinderen zouden zijn. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat de man niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling, wat zijn verzoeken verder ondermijnt. De rechtbank heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de echtscheiding zelf, die pas ingaat na inschrijving in de registers van de burgerlijke stand. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen hebben de mogelijkheid om binnen drie maanden hoger beroep in te stellen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/580281 / FA RK 24-1552
Echtscheiding
Beschikking van 19 december 2025
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A.P. van Stralen,
tegen
[de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. E.I. Robert.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank, locatie Assen heeft zich bij beschikking van 21 augustus 2024 onbevoegd verklaard om van de zaak kennis te nemen en heeft de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Voor het procesverloop tot 21 augustus 2024, verwijst de rechtbank naar deze beschikking.
1.2.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
  • de brief van de vrouw van 3 december 2024;
  • de brief van de man van 3 december 2024;
  • de brief van de vrouw van 15 juli 2025.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 26 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de vrouw en haar advocaat;
  • de advocaat van de man;
  • O. Ilmi, de tolk van de vrouw (Somalisch).
Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de man niet verschenen. Volgens de advocaat van de man heeft hij zich teruggetrokken in verband met veiligheid.
1.4.
De rechtbank heeft aan minderjarige [minderjarige 1 (voornaam)] gevraagd wat hij van het verzoek vindt. [minderjarige 1 (voornaam)] heeft op 24 november 20254 met de rechter gesproken.
1.5.
De rechtbank heeft [minderjarige 2 (voornaam)] niet gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Partijen zijn op [2016] met elkaar gehuwd te [plaats] (Soedan).
2.2.
De man en de vrouw hebben de Soedanese nationaliteit.
2.3.
Partijen zijn de ouders van:
  • [minderjarige 1], geboren op [2017] te [geboorteplaats] (Soedan);
  • [minderjarige 2], geboren op [2019] te [geboorteplaats] (Soedan).
De kinderen wonen bij de vrouw.
2.4.
Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarigen.
2.5.
Partijen verzoeken de rechtbank allebei de echtscheiding tussen hen uit te spreken.
2.6.
Daarnaast verzoekt de vrouw (na gedeeltelijke intrekking) de rechtbank om, indien er geen ouderschapsplan wordt overgelegd, hiervoor vrijstelling te verlenen, en:
  • te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
  • te bepalen dat de man aan de vrouw een bedrag van € 25,- per kind per maand zal betalen ter vergoeding van de kosten van de kinderen.
2.7.
De man vindt dat de verzoeken van de vrouw, behoudens de echtscheiding, moeten worden afgewezen. De man verzoekt de rechtbank om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man zal zijn.
2.8.
Partijen hebben geen ouderschapsplan overgelegd.

3.De beoordeling

De beslissing
3.1.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en:
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw bepalen;
- bepalen dat de man een bedrag van € 25,- per kind per maand zal betalen aan de vrouw ter vergoeding van de kosten van de kinderen.
De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.2.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en het Nederlands recht is op die verzoeken van toepassing. [1]
Het ontbreken van het ouderschapsplan
3.3.
Het is partijen niet gelukt een ouderschapsplan te maken. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe partijen elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als partijen geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat partijen zo’n plan hebben gemaakt. De
rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van partijen kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat partijen ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding inhoudelijk kan worden behandeld. Partijen hebben namelijk met hulp van hun advocaten geprobeerd afspraken te maken, maar de man wilde uiteindelijk niet tekenen. Daarna is er geen contact meer geweest tussen partijen. Het is bovendien ook lastig om via advocaten en hulpverlening met de man te communiceren, omdat hij de Nederlandse taal niet machtig is en moeilijk bereikbaar is. De rechtbank verlangt daarom niet van partijen dat zij een ouderschapsplan zullen overleggen.
Rechtsgeldig huwelijk en voor erkenning vatbaar?
3.5.
Voordat de rechtbank het echtscheidingsverzoek verder kan beoordelen, moet worden vastgesteld of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Soedanees recht en of het huwelijk in Nederland kan worden erkend. [2] Als het huwelijk niet rechtsgeldig is of niet wordt erkend, kan een verzoek tot echtscheiding namelijk niet worden toegewezen. Het uitgangspunt bij erkenning van een buiten Nederland gesloten huwelijk is dat dit in Nederland wordt erkend als het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond (in dit geval Soedan) rechtsgeldig is, of als het op enig moment daarna rechtsgeldig is geworden. Op deze regel geldt een uitzondering, namelijk als één van de echtgenoten geen achttien jaar was ten tijde van het huwelijk. Hiervan is in deze situatie geen sprake.
3.6.
Om naar Soedanees recht een geldig huwelijk te sluiten moet worden voldaan aan de essentiële vereisten zoals opgenomen in de Soedanese Family Law Act 1991 en de daarop toepasselijke Sharia regelgeving. Dit betekent dat:
  • in ieder geval sprake moet zijn van de vrijwillige toestemming van beide partijen;
  • de plechtigheid voltrokken is door een daartoe bevoegde persoon;
  • ten minste twee getuigen tijdens de huwelijksvoltrekking aanwezig waren; en
  • het huwelijk geregistreerd is bij de daarvoor bestemde overheid, welke registratie bij gebreke van een huwelijksakte niet onomstotelijk hoeft te zijn gesteld.
3.7.
Partijen zijn volgens de huwelijksakte getrouwd op [2016] , in het bijzijn van twee getuigen. Zij zijn op meerderjarige leeftijd, vrijwillig met elkaar gehuwd door een religieuze leider. Partijen hebben daarna samen twee kinderen gekregen en hebben vanaf mei 2023 nog korte tijd samengewoond in Nederland. Deze gedragingen zijn kenmerkend voor een huwelijk.
Erkenning huwelijk in Nederland
3.8.
Voor beantwoording van de vraag of aan het huwelijk in Nederland erkenning zou moeten worden onthouden wegens strijd met de openbare orde is artikel 10:32 BW van belang. In artikel 10:31e BW staat dat aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk niet vrijelijk zijn toestemming tot het huwelijk had gegeven, tenzij deze uitdrukkelijk met de erkenning van het huwelijk instemt. Daarvan is hier geen sprake. De rechtbank merkt op dat aan de zijde van de man nog sprake was van een eerder huwelijk. Dit huwelijk is echter volgens het BRP op [2020] ontbonden. Op dat moment is de relatie tussen de man en de vrouw dus monogaam geworden, waardoor dit (tweede) huwelijk in Nederland erkend kan worden.
Dit leidt tot de conclusie dat het Soedanese huwelijk in Nederland op grond van artikel 10:31 lid 1 BW in beginsel voor erkenning in aanmerking komt.
3.9.
De rechtbank zal overgaan tot inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de man tot echtscheiding.
De echtscheiding
3.10.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. [3] Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Partijen hebben al geruime tijd geen contact meer met elkaar. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten.
De hoofdverblijfplaats
3.11.
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op de verzoeken over het hoofdverblijf. De rechtbank zal Nederlands recht toepassen.
3.12.
De vrouw heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat de minderjarige kinderen [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben. Hoewel de man ook zelf heeft gevraagd om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen, heeft hij geen redenen genoemd waarom dat in het belang van de kinderen zou zijn. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom als onweersproken en in het belang van de kinderen toewijzen. Dit betekent dat het verzoek van de man over de hoofdverblijfplaats van de kinderen zal worden afgewezen.
De alimentatie
3.13.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op het verzoek van de vrouw over de kinderalimentatie, omdat de gewone verblijfplaats van de vrouw als onderhoudsgerechtigde in Nederland is. [4] Het Nederlands recht is op dat verzoek van toepassing, omdat de onderhoudsverplichting wordt beheerst door het recht van de Staat waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft en dat is Nederland. [5]
3.14.
De vrouw heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat de man aan de vrouw een bedrag van € 25,- per kind per maand zal betalen ter vergoeding van de kosten van de kinderen. De rechtbank zal dit verzoek als onweersproken en in het belang van de kinderen toewijzen.
De zorgregeling3.15. De rechtbank hoeft niet meer over een zorgregeling te beslissen, omdat partijen hun verzoeken daarover hebben ingetrokken. Wel wil de rechtbank de ouders meegegeven dat het voor de ontwikkeling van de kinderen van belang is dat zij contact hebben met beide ouders. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij bereid is het contact tussen de kinderen en hun vader te stimuleren. De man trekt zich op dit moment echter terug. Zowel de vrouw als de advocaten krijgen lastig contact met de man. Daardoor is het nu praktisch onmogelijk om een zorgregeling af te spreken en uit te voeren. De rechter hoopt dat de man, al dan niet met hulpverlening, op korte termijn weer in contact kan komen met de vrouw en de kinderen, om zijn rol als vader te vervullen in het belang van de kinderen.
Kindbrief
3.16.
Tegelijk met deze beschikking stuurt de kinderrechter een brief aan [minderjarige 1 (voornaam)] waarin wordt uitgelegd wat er gebeurd is na het gesprek tussen [minderjarige 1 (voornaam)] en de kinderrechter en welke beslissingen er waarom zijn genomen. In die brief is hierover het volgende opgenomen:
Beste [minderjarige 1 (voornaam)] ,
Op 24 november 2025 spraken wij elkaar op de rechtbank. Jij hebt toen verteld dat je graag bij je moeder wil blijven wonen en dat je geen contact met je vader hoeft.
Ik heb daarna met jouw moeder, haar advocaat en een advocaat van jouw vader gepraat. Ik heb goed naar iedereen geluisterd, en daarna een beslissing genomen.
Het lukt jouw vader op dit moment niet zo goed om er voor jou en [minderjarige 2 (voornaam)] te zijn. Dat is helemaal niet leuk en vind ik ook niet goed. Op dit moment vind ik het daarom wel beter dat jullie bij jouw moeder blijven wonen en dat er geen vaste dagen zijn waarop je jouw vader ziet. Het is belangrijk dat je weet dat dit niet jouw schuld is en dat je altijd contact mag hebben met jouw vader. Ik hoop dat jouw vader er in de toekomst wel voor jullie kan zijn en dat jullie fijn contact met elkaar kunnen hebben.
Ik vind het heel knap dat je met mij bent komen praten. Ik wens jou veel succes met alles.
3.17.
De kinderrechter heeft met de vrouw afgesproken, dat zij deze Nederlandse brief zal vertalen aan [minderjarige 1 (voornaam)] , omdat hij de Nederlandse taal nog niet volledig beheerst.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.18.
De rechtbank zal de beslissing (gedeeltelijk) uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De uitvoerbaarheid bij voorraad geldt niet voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [2016] in [plaats] (Soedan);
4.2.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] bij de vrouw zal zijn;
4.3.
bepaalt dat de man een bijdrage van € 25,- per kind per maand in de kosten van opvoeding en verzorging van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] aan de vrouw zal betalen
4.4.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding betreft;
4.5.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.M.E. Manning, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. C. A. Lammertink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Ten aanzien van de echtscheiding artikel 3 Brussel II-ter en artikel 10:56 BW. Ten aanzien van gezag en omgang artikel 7 Brussel II-ter en artikel 15 lid 1 HKBV 1996.
2.Artikel 10:31 jo artikel 10:32 jo artikel 10:41 van het Burgerlijk Wetboek.
3.Artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek.
4.Artikel 3 sub b van de Alimentatieverordening (Ali-vo).
5.Artikel 15 Ali-vo en artikel 3 lid 1 Haagse Protocol van 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen.