ECLI:NL:RBMNE:2025:6646
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens gebrek aan rechtsgeldige ingebrekestelling in bestuursrechtelijke procedure
Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en de Dienst Toeslagen. Eiseres had beroep ingesteld omdat zij meende dat verweerder niet tijdig had beslist op haar bezwaar van 21 februari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder had een verweerschrift ingediend en stelde dat eiseres niet ontvankelijk was in haar beroep omdat er geen ingebrekestelling was ontvangen. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit in deze zaak niet nodig werd geacht.
Eiseres had op 29 april 2025 beroep ingesteld en stelde dat zij verweerder op 22 juli 2025 in gebreke had gesteld. Verweerder ontkende echter de ontvangst van een ingebrekestelling en gaf aan dat er geen bewijs was dat deze was verzonden. Eiseres overhandigde een papieren exemplaar van de ingebrekestelling, maar kon niet aantonen dat deze daadwerkelijk per post was verzonden. Ook een e-mail die zij had gestuurd als ingebrekestelling kon niet worden bewezen, omdat er geen ontvangstbevestiging was.
De rechtbank oordeelde dat op basis van artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht het moment van ontvangst van een digitaal bericht beslissend is. Aangezien eiseres geen bewijs had geleverd dat de ingebrekestelling was ontvangen, concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een rechtsgeldige ingebrekestelling. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk, en werd er geen inhoudelijke beoordeling van het beroep gedaan. De rechtbank besloot dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.