De Stichting Woonstichting Centrada vordert in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning die zij verhuurt aan de gedaagde, die sinds februari 2021 huurder is. De huurder verblijft sinds augustus 2025 niet meer in de woning en verblijft elders, terwijl hij bij terugkeer een gevangenisstraf van 717 dagen moet uitzitten. Centrada heeft de huurder gesommeerd de huurovereenkomst op te zeggen, maar deze reageerde niet.
De gedaagde is niet verschenen op de zitting, waarop verstek is verleend. Centrada stelt dat de huurder in strijd handelt met de algemene huurvoorwaarden die vereisen dat de woning het exclusieve hoofdverblijf is. De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en dat de huurder de woning moet ontruimen.
Er is rekening gehouden met de belangen van het minderjarige kind van de huurder en een medebewoner, maar Centrada weigert medehuurderschap toe te kennen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.