Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:6605

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
25/5030
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige besluitvorming op Woo-verzoek; doorverwijzing naar bezwaarprocedure

Eiser had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek van 20 mei 2025. Inmiddels heeft de minister op 9 oktober 2025 alsnog een besluit genomen. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken, moest de rechtbank een beslissing nemen over het beroep.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen belang meer heeft nu het besluit is genomen. Het beroep richt zich nu ook tegen het inhoudelijke besluit van 9 oktober 2025, omdat dit niet volledig tegemoetkomt aan het verzoek en eiser bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud.

De rechtbank besluit het beroep niet zelf te behandelen, maar het met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, Awb door te sturen aan de minister om als bezwaar te behandelen. De minister moet het griffierecht van €194 aan eiser vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inhoudelijke besluit wordt doorverwezen naar de minister voor bezwaarbehandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5030

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder

(gemachtigde: mr. L.E. Weide)

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat de minister niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek van 20 mei 2025 op grond van de Wet open overheid (Woo). Dit verzoek heeft van de minister referentienummer [nummer] gekregen.
Op 9 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op dit verzoek.
Eiser heeft op 24 oktober 2025 laten weten dat hij het niet eens is met dit besluit en dat hij zijn beroep niet intrekt.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1] Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek. Inmiddels heeft de minister een besluit op dat verzoek genomen. De minister heeft dus gedaan wat eiser wilde. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken, moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over dat beroep.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat de minister zou beslissen op zijn aanvraag en dat is gebeurd. Eiser heeft daarom geen belang meer bij het beroep, voor zover dat gericht was tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
4. Artikel 6:20, derde lid, van de Awb bepaalt echter dat een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ook betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Het besluit van 9 oktober 2025 komt niet geheel tegemoet aan het Woo-verzoek en daarom richt het beroep zich nu van rechtswege ook tegen dit besluit. Eiser heeft ook laten weten dat hij het niet eens is met de inhoud van dit besluit.
5. De rechtbank zal het beroep echter niet zelf behandelen, maar met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorsturen aan de minister om in bezwaar te behandelen. De rechtbank ziet daar aanleiding toe omdat een heroverweging van het besluit, gelet op onder andere het bezwaar van eiser over de zoekslag, naar verwachting bijdraagt aan een nader gemotiveerd besluit op eisers Woo-verzoek.
6. Er zijn geen te vergoeden proceskosten. Wel moet de minister het griffierecht ter hoogte van € 194,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- stuurt het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 9 oktober 2025 door naar de minister om in bezwaar te behandelen;
- bepaalt dat de minister het griffierecht ter hoogte van € 194,- aan eiser vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).