Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:6598

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/4402
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken materiële connexiteit bij exploitatievergunning

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning voor een horecagelegenheid in Woerden. De burgemeester heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat noodzakelijke informatie voor een Bibob-onderzoek ontbrak. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om haar bedrijf tijdens de bezwaarprocedure te mogen openen.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat het verzoek niet voldoet aan de formele en materiële connexiteit zoals vereist in artikel 8:81 Awb Pro. Het verzoek richt zich niet op de inhoud van het bestreden besluit, dat alleen ziet op het buiten behandeling stellen van de aanvraag, maar op het gedogen van de exploitatie van het restaurant.

Omdat het verzoek te ver verwijderd is van de inhoud van het bestreden besluit, is het kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4402

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , h.o.d.n. [handelsnaam] ', uit [plaats] , verzoekster
en

de burgemeester van de gemeente Woerden

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Verzoekster heeft een aanvraag gedaan om een exploitatievergunning voor [horeca gelegenheid] ’ in Woerden. De burgemeester heeft die aanvraag in het besluit van 27 juni 2025 (het bestreden besluit) buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem noodzakelijke informatie om een Bibob-onderzoek te kunnen starten, wat nodig is voor een beoordeling van de aanvraag, ontbreekt. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij stelt dat zij alle gevraagde informatie wel heeft verstrekt.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb volgt dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit bezwaar is gemaakt bij het bestuursorgaan of beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (de formele connexiteit), ook moet wat verzoekster met haar verzoek wil bereiken betrekking hebben op de inhoud van dat bestreden besluit (de materiële connexiteit). [1]
4. In haar verzoek om voorlopige voorziening vraagt verzoekster de voorzieningenrechter om te bepalen dat de burgemeester, totdat hij op het bezwaar van verzoekster heeft beslist, moet gedogen dat haar restaurant open is.
5. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit verzoek niet voldoet aan het hiervoor genoemde vereiste van materiële connexiteit, omdat wat verzoekster wil bereiken geen betrekking heeft op de inhoud van het bestreden besluit. Het bestreden besluit gaat alleen over het buiten behandeling stellen van een aanvraag om een exploitatievergunning. Met het verzoek om een voorlopige voorziening kan dus uitsluitend worden bereikt dat de burgemeester de aanvraag alsnog in behandeling neemt.
6. Verzoekster kan met dit verzoek om een voorlopige voorziening niet bereiken dat de burgemeester wordt opgedragen om aan haar de gevraagde exploitatievergunning nu al te verlenen of om de exploitatie van het restaurant tijdelijk te gedogen, want dat is te ver verwijderd van de inhoud van het bestreden besluit. Er is dus, anders dan verzoekster aanneemt, geen ruimte voor een voorziening die inhoudt dat het restaurant (tijdens de bezwaarprocedure) open mag zijn. Daarmee is dus niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit. [2]

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1338, onder r.o. 5.2.
2.Vgl. de uitspraak van deze rechtbank van 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4829.