ECLI:NL:RBMNE:2025:6593

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/5578
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sluiting van woning en schuur wegens explosieven en drugs

Op 10 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over de sluiting van de woning en schuur van verzoeker, die in verband wordt gebracht met explosieven en drugs. De burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden had de woning gesloten na de ontdekking van een zelfgemaakt explosief aan de toegangsdeur op 26 augustus 2025. Dit explosief was niet ontploft, maar de burgemeester achtte het noodzakelijk om de woning te sluiten ter bescherming van de openbare orde. De sluiting werd aanvankelijk voor tien dagen opgelegd en later verlengd tot drie maanden. Daarnaast was de schuur van verzoeker gesloten vanwege de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs op 14 juni 2025.

Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij in zijn woning kon blijven wonen en de schuur kon blijven gebruiken. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 10 oktober 2025, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigden van de burgemeester aanwezig waren. Na de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang was bij de sluiting van de woning, maar dat de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet bevoegd was om de woning te sluiten vanwege de ernstige situatie met het explosief.

De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat de sluiting van de woning noodzakelijk was om de openbare orde te waarborgen. De gevolgen voor verzoeker, waaronder mogelijke dakloosheid, werden weliswaar erkend, maar het belang van de burgemeester om de onrust in de buurt te beëindigen woog zwaarder. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de sluiting van zowel de woning als de schuur in stand bleef. Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5578
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 oktober 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M. Azdoufali),
en

de burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden

(gemachtigden: mr. R. Stuij en N. van Schaik).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de portiekwoning van verzoeker aan de [adres] in [plaats] en over de sluiting van de daarbij behorende schuur. De burgemeester heeft de woning gesloten, omdat er op 26 augustus 2025 op de toegangsdeur van de portiekflat, een zelfgemaakt explosief was bevestigd. Het explosief is niet afgegaan. Volgens de burgemeester kan het explosief aan verzoeker gelinkt worden. Ter bescherming van de openbare orde heeft de burgemeester de woning per direct voor tien dagen gesloten. In het besluit van 4 september 2025 heeft hij de sluiting van de woning verlengd tot in totaal drie maanden. Ook heeft de burgemeester in zijn besluit van 10 september 2025 de schuur van verzoeker voor de duur van zes maanden gesloten, omdat daarin op 14 juni 2025 een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen.
1.1.
Verzoeker is het hiermee niet eens. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen deze twee besluiten en hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om in de woning te kunnen blijven wonen en de schuur te kunnen blijven gebruiken totdat op zijn bezwaar is beslist.
1.2.
De burgemeester heeft op 9 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 oktober 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en zijn gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter bekijkt of er een spoedeisend belang is om de besluiten van burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing(en) op het bezwaar. De voorzieningenrechter geeft daarvoor een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van de besluiten en daarmee van de kans van slagen van de bezwaarschriften. Daarnaast weegt zij de belangen van verzoeker en van de burgemeester bij een schorsing.
Over de sluiting van de woning
3. Verzoeker heeft een spoedeisend belang bij de schorsing van het besluit tot verlenging van de sluiting van de woning. Hij kan namelijk nu niet in zijn woning verblijven en hij moet dus ergens anders onderdak vinden. Het spoedeisend belang staat verder ook niet ter discussie.
4. Ook staat niet ter discussie dat de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet bevoegd is om de woning te sluiten. Er is een explosief aan de deur van de portiekflat aangetroffen die gelinkt kan worden aan de woning van verzoeker. Dat maakt dat de burgemeester ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de woning mag sluiten.
5. Verzoeker vindt de sluiting van de woning niet evenredig, maar de voorzieningenrechter ziet dat anders. De burgemeester heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt. Voor de burgemeester is doorslaggevend dat de sluiting van de woning noodzakelijk is. Het gaat hier om een ernstige situatie. Er is een explosief aangetroffen bevestigd aan de portiekdeur en eerder heeft de politie in de woning en de schuur van verzoeker wapens en drugs aangetroffen. De politie heeft een link gelegd met de woning van verzoeker. Naar aanleiding van de vondst van het explosief, heerst er nog steeds veel onrust in de buurt. Twee buren hebben weliswaar verklaard dat zij er geen problemen van ondervinden, maar daar staat tegenover dat er ook veel omwonenden zijn die zich wel grote zorgen maken over het aangetroffen explosief. Zij hebben dat in een brief aan de verhuurder verwoord. De gemachtigde van de burgemeester zei op de zitting dat er nog dagelijks gebeld wordt over de situatie en dat mensen bang zijn voor herhaling. De burgemeester heeft daarnaast contact gehad met de politie en die heeft niet gezegd dat de dreiging inmiddels weg is. Er kan dus nog steeds iets gebeuren. Dat er, nadat het explosief was aangetroffen, niets meer is gebeurd, maakt dat niet anders. Dat er niets meer is gebeurd sindsdien, kan namelijk ook worden verklaard doordat verzoeker er niet woont en de sluiting dus kennelijk effect heeft.
6. De voorzieningenrechter vindt daarnaast niet dat de burgemeester een minder ingrijpend middel had moeten inzetten, zoals cameratoezicht. Sluiting van de woning is hier, gelet op de ernst van de situatie, het meest effectieve (en dus geschikte) middel. Cameratoezicht heeft de burgemeester daarom onvoldoende mogen vinden. Verder heeft de burgemeester toegelicht dat door middel van posters op de portiekdeur en de galerij ook is aangegeven dat de woning van verzoeker gesloten is. Deze posters zijn goed zichtbaar voor omstanders. Als duidelijk is dat er niemand meer in de woning van verzoeker verblijft, neemt de dreiging voor herhaling af. Dat is wat de burgemeester wil bereiken.
7. De voorzieningenrechter heeft gehoord dat het belangrijkste punt voor verzoeker is dat hij slachtoffer van de situatie zou zijn en stelt dat het explosief niet voor hem was bedoeld, maar voor zijn ex-vriendin. Wat verzoeker hiermee eigenlijk zegt, is dat hem niets te verwijten valt. Het is echter duidelijk dat het plaatsen van het explosief een actie is geweest die gericht was op de woning van verzoeker. Dat wordt door verzoeker ook niet weersproken. Verzoeker is de huurder van de woning en is daarmee verantwoordelijk voor wat er in en rond die woning gebeurt. Zelfs als het explosief al niet voor verzoeker was bedoeld, bestaat er voldoende aanleiding om de woning te sluiten om de dreiging voor herhaling weg te nemen.
8. De voorzieningenrechter begrijpt tot slot dat de sluiting van de woning voor verzoeker grote gevolgen heeft. Verzoeker heeft nu geen eigen huis en vreest voor een sneeuwbaleffect. Er is namelijk ook een zitting geweest over de ontbinding van de huurovereenkomst en dat kan vervolgens tot dakloosheid leiden en dakloosheid heeft gevolgen voor onder andere verzoekers sociale leven en zijn werk. Het belang van de burgemeester ziet de voorzieningenrechter echter ook. Die wil de openbare orde herstellen en de onrust in de buurt beëindigen, die is ontstaan door het explosief.
9. Dat belang weegt zwaarder dan de gevolgen die verzoeker op langere termijn zal kunnen ondervinden als gevolg van de sluiting. De burgemeester heeft opgetreden naar aanleiding van de vondst van het explosief. Dat staat in beginsel los van de procedure die de verhuurder is gestart tot ontbinding van de huurovereenkomst. De burgemeester hoeft daarin ook geen aanleiding te zien om af te zien van een noodzakelijke maatregel. Er is bovendien hulp aangeboden vanuit het sociale team van de gemeente. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit niet betekent dat verzoeker gelijk een andere woning zal krijgen, maar tegelijkertijd laat dat zien dat er wel wordt gekeken naar de gevolgen die de woningsluiting voor hem heeft. Het belang van de burgemeester weegt in dit geval zwaarder dan het belang van verzoeker.
10. De verlenging van de sluiting van de woning houdt stand. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Sluiting van de schuur

11. De voorzieningenrechter ziet geen spoedeisend belang om de schuur open te houden. Dat er spullen van verzoeker in de schuur liggen, is daarvoor onvoldoende. Verzoeker heeft de mogelijkheid gehad om die spullen eruit te halen, maar heeft dat niet gedaan. Verzoeker kan bovendien nog altijd de burgemeester vragen om toegang tot de schuur om zijn spullen eruit te halen. Dat is de meest geëigende route in deze situatie.
11. Als de spoed voor het treffen van een voorziening ontbreekt, kijkt de voorzieningenrechter ook nog of het besluit evident onrechtmatig is. Dat is niet zo. Hoewel het duidelijker kan worden opgeschreven in het besluit op bezwaar, staat wel voldoende vast dat in de schuur in elk geval een handelshoeveelheid harddrugs is gevonden. Dat de sluiting evident niet zou kloppen, doet zich dus niet voor.
13. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt en de sluiting van de schuur niet evident onrechtmatig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Conclusie en gevolgen
14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning en de schuur gesloten blijven. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
15. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2025.
griffier
voorzieningenrechter
De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.