Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de brief van [eiseres] met bijlagen van 7 oktober 2025;
2.De beoordeling
3.De beslissing
14 januari 2026 om 11.00 uurvoor conclusie van antwoord door de curator;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak, die zich afspeelt in het kader van een verificatieprocedure, heeft de rechtbank Midden-Nederland op 17 december 2025 een tussenuitspraak gedaan. De eiseres, aangeduid als [eiseres] B.V., heeft een vordering ingediend tot verificatie in het faillissement van [onderneming] B.V., vertegenwoordigd door de curator, mr. V.H.B. Kruit. De procedure is gestart na een verificatievergadering op 20 november 2024, waar de rechter-commissaris de betwiste vordering heeft verwezen naar de handelskamer voor een renvooiprocedure op 15 oktober 2025. De rechtbank heeft verschillende correspondentie ontvangen, waaronder een verzoek van de curator om ontslag van instantie en een e-mail van de eiseres waarin zij instemt met de verwijzing naar de kantonrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van de curator op artikel 122 van de Faillissementswet (Fw) faalt, omdat dit artikel geen exclusieve bevoegdheid schept voor de beoordeling van geschillen met betrekking tot ter verificatie aangemelde vorderingen. De rechtbank heeft de brief van de eiseres van 7 oktober 2025 als conclusie van eis beschouwd en heeft besloten de zaak te verwijzen naar de kamer van kantonzaken voor een conclusie van antwoord door de curator. De beslissing houdt ook in dat partijen niet meer verplicht zijn om zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en dat er een lager griffierecht verschuldigd is voor de eiseres.