ECLI:NL:RBMNE:2025:6592

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/16/598364 / HL ZA 25-218 BRM/4399
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verificatieprocedure in faillissement met verwijzing naar kantonrechter

In deze zaak, die zich afspeelt in het kader van een verificatieprocedure, heeft de rechtbank Midden-Nederland op 17 december 2025 een tussenuitspraak gedaan. De eiseres, aangeduid als [eiseres] B.V., heeft een vordering ingediend tot verificatie in het faillissement van [onderneming] B.V., vertegenwoordigd door de curator, mr. V.H.B. Kruit. De procedure is gestart na een verificatievergadering op 20 november 2024, waar de rechter-commissaris de betwiste vordering heeft verwezen naar de handelskamer voor een renvooiprocedure op 15 oktober 2025. De rechtbank heeft verschillende correspondentie ontvangen, waaronder een verzoek van de curator om ontslag van instantie en een e-mail van de eiseres waarin zij instemt met de verwijzing naar de kantonrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van de curator op artikel 122 van de Faillissementswet (Fw) faalt, omdat dit artikel geen exclusieve bevoegdheid schept voor de beoordeling van geschillen met betrekking tot ter verificatie aangemelde vorderingen. De rechtbank heeft de brief van de eiseres van 7 oktober 2025 als conclusie van eis beschouwd en heeft besloten de zaak te verwijzen naar de kamer van kantonzaken voor een conclusie van antwoord door de curator. De beslissing houdt ook in dat partijen niet meer verplicht zijn om zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en dat er een lager griffierecht verschuldigd is voor de eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/598364 / HL ZA 25-218 BRM/4399
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats 1] ,
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
tegen
MR. V.H.B. KRUIT in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[onderneming] B.V., gevestigd te [plaats 1] ,
te [plaats 2] ,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. S. van Ee.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de verificatievergadering van 20 november 2024 waarin de rechter-commissaris de betwiste vordering heeft verwezen naar de zitting van de handelskamer van 15 oktober 2025 voor een renvooiprocedure;
- de brief van [eiseres] met bijlagen van 7 oktober 2025;
- het verzoek van de curator om ontslag van instantie van 26 november 2025;
- het e-mailbericht van de rechtbank van 26 november 2025 waarin de rechtbank partijen heeft laten weten dat zij voornemens is de zaak te verwijzen naar de kantonrechter;
- het e-mailbericht van [eiseres] van 1 december 2025 waarin hij instemt met het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter;
- het e-mailbericht van de curator van 3 december 2025 waarin hij zich verzet tegen het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het beroep van de curator op artikel 122 Fw faalt omdat dat artikel niet beoogt een algemene exclusieve bevoegdheid te scheppen voor de beoordeling van geschillen met betrekking tot ter verificatie aangemelde vorderingen. Omdat bovendien de kantonrechter en de civiele (handels-) kamer (de kamer voor de behandeling van andere dan kantonzaken) onderdeel uitmaken van de rechtbank, heeft de term ‘rechtbank’ in art. 122 Fw voor de interne bevoegdheidsverdeling van de kantonrechter en de civiele rechter geen beslissende betekenis.
2.2.
De rechtbank beschouwt de brief van [eiseres] met bijlagen van 7 oktober 2025 als conclusie van eis.
2.3.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de kamer van kantonzaken van deze rechtbank voor conclusie van antwoord door de curator.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar een kamer voor kantonzaken van de afdeling civiel van deze rechtbank, zittingslocatie Lelystad, en wel naar de rolzitting van
14 januari 2026 om 11.00 uurvoor conclusie van antwoord door de curator;
3.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook in persoon of bij gemachtigde kunnen verschijnen;
3.3.
bepaalt dat [eiseres] na verwijzing een lager griffierecht verschuldigd is van € 90,00 en dat de curator geen griffierecht verschuldigd is en dat het reeds betaalde griffierecht zal worden teruggestort door de griffier.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.