Beoordeling door de rechtbank
12. De rechtbank beoordeelt of het bestreden besluit in stand kan blijven. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
13. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is het toetsingskader voor de rechtbank?
14. Het is vaste rechtspraak dat de kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt en die de verwerkingsverantwoordelijke op grond van artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de AVG moet verstrekken, alle noodzakelijke kenmerken moet vertonen om de betrokkene in staat te stellen de rechten die hij aan deze verordening ontleent daadwerkelijk uit te oefenen. Deze kopie moet deze gegevens dus volledig en getrouw reproduceren.
15. Om hem daartoe in staat te stellen, moet het overzicht niet alleen een omschrijving van het persoonsgegeven vermelden, maar ook het persoonsgegeven zelf, en moeten de verwerkingsdoeleinden worden vermeld. Indien dat voor betrokkene nodig is om te kunnen beoordelen of de persoonsgegevens rechtmatig zijn verwerkt, dient meer informatie te worden verstrekt over de inhoud, de strekking of de context van een e-mail (of document).
16. Artikel 15 van de AVG heeft echter niet als doel de toegang tot bestuurlijke documenten te verzekeren. De verplichting een kopie van de persoonsgegevens te verstrekken op grond van artikel 15, derde lid, van de AVG, betekent niet dat een bestuursorgaan verplicht is om een kopie te verstrekken van de documenten waarin die persoonsgegevens voorkomen. Een bestuursorgaan mag dat doen, maar mag ook voor een andere vorm kiezen waarin de kopie van de persoonsgegevens wordt verstrekt, mits met de gekozen wijze van verstrekking aan het doel van artikel 15, derde lid, van de AVG wordt voldaan.
Is aan eiser voldoende inzage verleend?
17. Eiser gaat ervan uit dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt in de FSV. Daarmee is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder d, van de AVG, waarin eiser op grond van dat artikellid recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens. Omdat sprake is van gegevens van onrechtmatige gegevensverwerking, en de minister desalniettemin eiser geen volledige inzage wenst te verlenen in de gegevens die van hem zijn opgenomen, wordt eiser daarmee ook ten onrechte de mogelijkheid ontnomen om tot wissing van die gegevens te vragen. Eiser weet immers niet om welke gegevens het gaat.
18. De rechtbank stelt vast dat de minister op 11 oktober 2024 een overzicht heeft verstrekt van de meldingen in de FSV die eiser betreffen:
1. de melding in FSV (Dagboek FSV). Hierop kan geklikt worden, dan kom je op de inhoud van de vermelding. Dit is de printscreen van het ‘voorblad’.
2. de inhoud van de vermelding. Hierop staat ook een knop Bijlage.
3. De pagina waar je kan klikken op de bijlage.
4. De bijlage betreft een mail.
5. In de mail zit ook een bijlage, dat is een anonieme brief met envelop.
19. In bijlagen 1, 2 en 3 zijn passages zwartgelakt. Bijlagen 4 en 5 heeft de minister verstrekt onder volledige geheimhouding. Voor al deze gegevens beroept de minister zich op de uitzonderingsgronden van artikel 23, eerste lid, sub e, h en i, in samenhang met het tweede lid, sub h, van de AVG en artikel 41 van de UAVG. In deze brief van 11 oktober 2024 heeft de minister ook een openbare motivering gegeven waarom persoonsgegevens niet worden verstrekt.
20. De rechtbank stelt vast dat uit de openbare motivering van 11 oktober 2024 blijkt dat de minister in het primaire besluit en het bestreden besluit niet alle persoonsgegevens heeft vermeld die de minister heeft aangetroffen in de FSV. De minister heeft namelijk pas in beroep, na heropening van het onderzoek ter zitting, in de reactie van 11 oktober 2024 vermeld dat in het primaire besluit ten onrechte niet de volledige voornaam van eiser is genoemd. Ook maakt de minister pas op 11 oktober 2024 melding van bijlagen 4 en 5, die onder geheimhouding zijn verstrekt, waarin ook persoonsgegevens van eiser zijn opgenomen, terwijl de minister bijlagen 4 en 5 niet eerder heeft genoemd. Alleen al om deze reden slaagt het beroep en wordt het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
21. De rechtbank zal vervolgens bezien of er aanleiding bestaat de rechtgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten.
22. Eiser voert aan dat de verwijzing van de minister naar artikel 23 van de AVG alsmede artikel 41 van de UAVG onduidelijk. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de minister deze artikelen van toepassing acht. Reeds hierom is het bestreden besluit volgens eiser in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Evenmin is in het bestreden besluit aangegeven welke (algemene dan wel individuele of, zoals in het besluit wordt genoemd, 'strategische') belangen zijn afgewogen tegen het belang van eiser om te weten waarom hij in de FSV stond vermeld, met welke gegevens en met wie deze gegevens zijn gedeeld. Hierdoor valt op geen enkele wijze te verifiëren of het evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel op behoorlijke wijze zijn toegepast. Reeds hierom is sprake van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
23. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die de minister onder geheimhouding heeft overgelegd. Het betreft een ongeschoonde versie van de bijlagen 1, 2 en 3 en de volledig geheimgehouden bijlagen 4 en 5. Ook heeft de minister een motivering van de geheimhouding met een beroep op artikel 8:29 van de Awb overgelegd.
24. Over bijlagen 1, 2 en 3 overweegt de rechtbank dat eiser inzage heeft gekregen in alle persoonsgegevens van hem die daar staan vermeld. De gelakte passsages in deze bijlagen bevatten persoonsgegevens van medewerkers en andere derden. Dat de namen van deze derden niet aan eiser worden verstrekt vindt de rechtbank niet onredelijk. Deze persoonsgegevens morgen worden geweigerd op grond van artikel 23, eerste lid, sub h en i, van de AVG in samenhang met artikel 41 van de UAVG.
25. Over bijlagen 4 en 5 stelt de rechtbank vast dat deze bijlagen directe en indirecte persoonsgegevens bevatten. De rechtbank overweegt dat de minister inzage in deze persoonsgegevens op zich heeft mogen weigeren op de h- en i-grond van artikel 23, eerste lid van de AVG in samenhang met artikel 41 van de UAVG. Het algemeen belang van de belastingdienst verzet zich tegen het eventueel met negatieve gevolgen voor derden delen van die gegevens. De rechtbank volgt de minister dat het mogelijk moet zijn om anonieme meldingen te doen over anderen, omdat daar bruikbare signalen over de heffing tussen kunnen zitten. De weigering van de persoonsgegevens in deze bijlagen kan niettemin geen standhouden omdat de motivering daarvan ontoereikend is voor eiser.
26. De rechtbank heeft kennisgenomen van de motivering van 11 oktober 2024 die onder geheimhouding aan de rechtbank is verstrekt. De rechtbank stelt vast dat deze motivering veel breder is dan de openbare motivering die met eiser is gedeeld. De minister vindt het noodzakelijk en evenredig dat die privacy van anderen wordt gewaarborgd. Die privacy wordt volgens de minister niet (langer) beschermd en gewaarborgd als de minister aan eiser prijsgeeft wat daar concreet mee wordt bedoeld. Hoewel de waarborging van het recht op privacy van anderen een legitieme reden is om volledige inzage te weigeren, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval sprake is van een motiveringsgebrek. In het bestreden besluit is namelijk de weging van belangen bij het hanteren van deze uitzonderingsgrond, in het geheel niet gemotiveerd. De rechtbank begrijpt dat de minister hierbij niet teveel informatie wil prijsgeven om die belangen te kunnen beschermen, maar is van oordeel dat van de minister mag worden verwacht dat hij die motivering zo formuleert dat voor eiser, die wil weten hoe het mogelijk is dat zijn gegevens in de FSV geregistreerd waren, concreter wordt gemaakt waarom het belang van bescherming van de privacy van anderen aan volledige inzage in de weg staat, zonder daarbij het zo concreet te maken dat die privacy niet langer is beschermd. Dat heeft de minister verzuimd. Eiser tast nu volkomen in het duister over de reden waarom hij geen volledige inzage krijgt in die gegevens.