ECLI:NL:RBMNE:2025:6496

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/624
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van een positieve weigering van een natuurvergunning op basis van gewijzigde rechtspraak over intern salderen

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 5 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. De eiseres had een natuurvergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuwe melkgeitenstal en uitbreiding van het aantal melkgeiten. Gedeputeerde staten weigerden de vergunning op basis van een positieve weigering, waarbij zij de aanvraag beoordeelden op basis van intern salderen. Dit houdt in dat de stikstofgevolgen van de nieuwe situatie werden afgewogen tegen de bestaande vergunde situatie. De rechtbank oordeelde echter dat deze benadering niet meer in lijn was met de recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die op 18 december 2024 twee uitspraken deed die de regels omtrent intern salderen wijzigden. De rechtbank concludeerde dat de gedeputeerde staten de aanvraag niet op de juiste wijze hadden beoordeeld en dat de positieve weigering niet kon standhouden. De rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard, de positieve weigering vernietigd en gedeputeerde staten opgedragen om opnieuw te beslissen op de aanvraag om een natuurvergunning, met inachtneming van de gewijzigde rechtspraak. Tevens zijn de gedeputeerde staten veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/624

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen

Coöperatie Mobilisation for the Envirionment U.A., gevestigd in Nijmegen, eiseres
(gemachtigde: ir. A.K.M. van Hoof),
en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[belanghebbende], gevestigd in [plaats] , belanghebbende.

Inleiding

1.1.
Belanghebbende exploiteert een melkgeitenhouderij aan het [adres] in [plaats] . Zij heeft in december 2023 bij gedeputeerde staten een natuurvergunning aangevraagd voor het bouwen van een nieuwe melkgeitenstal en het uitbreiden van het aantal melkgeiten in de bestaande stallen, waarbij het aantal opfokgeiten zal worden verminderd.
1.2.
Gedeputeerde staten hebben de natuurvergunning geweigerd omdat zij van oordeel waren dat geen vergunning nodig was. Dat wordt in de rechtspraak ook wel een positieve weigering genoemd. In dit geval waren gedeputeerde staten tot dat oordeel gekomen op basis van wat in de praktijk en het natuurbeschermingsrecht intern salderen wordt genoemd. Intern salderen kan worden omschreven als het wegstrepen van de stikstofgevolgen van de nieuwe situatie – na het bouwen van de nieuwe stal en het uitbreiden van het aantal melkgeiten – tegen de stikstofgevolgen die het bestaande bedrijf op dezelfde locatie al veroorzaakt.
1.3.
Eiseres was het niet eens met de positieve weigering en heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.4.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
2. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een natuurvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. [2] De aanvraag om een natuurvergunning is ingediend op 16 augustus 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wet natuurbescherming (Wnb), zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
3. Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) twee uitspraken gedaan waarmee zij de rechtspraak over intern salderen heeft gewijzigd. [3] Deze wijziging houdt kort gezegd in, dat de referentiesituatie niet meer mag worden betrokken bij de vraag of significante gevolgen van een project op voorhand zijn uitgesloten. In de voortoets mag dus niet langer een vergelijking worden gemaakt tussen de gevolgen van de bestaande vergunde situatie en de gevolgen van de nieuwe situatie. Bij de beoordeling in een voortoets of significante effecten van een project zijn uitgesloten, moeten voortaan de gevolgen van de nieuwe situatie op zichzelf worden onderzocht. Als uit dit onderzoek volgt dat significante effecten niet op voorhand zijn uitgesloten, dan is voor de nieuwe situatie een natuurvergunning nodig. Er zal dan een passende beoordeling moeten worden gemaakt waaruit de zekerheid moet worden verkregen dat de nieuwe situatie de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. De gevolgen van de bestaande vergunde situatie kunnen – onder voorwaarden – als mitigerende maatregelen in deze passende beoordeling worden betrokken.
4. De gewijzigde rechtspraak van de Afdeling is direct van toepassing op lopende procedures over natuurvergunningen en op lopende beroepsprocedures. Dus ook op deze beroepsprocedure.
Standpunten van eiseres en gedeputeerde staten
5. Eiseres voert aan dat gelet op de gewijzigde rechtspraak over intern salderen gedeputeerde staten uit de conclusie dat de stikstofdepositie in de nieuwe situatie van de melkgeitenhouderij niet toeneemt, niet hadden mogen afleiden dat de aanvraag positief geweigerd mocht worden. Dit steekt volgens eiseres te meer nu de stikstofemissie in de nieuwe aangevraagde situatie bovendien toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Gedeputeerde staten schrijven deze toename in het bestreden besluit toe aan randeffecten.
6. Gedeputeerde staten hebben op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Daarin nemen zij een gewijzigd standpunt ten opzichte van hun standpunt in de positieve weigering in. Gedeputeerde staten zijn het met eiseres eens dat zij als gevolg van de gewijzigde rechtspraak de aanvraag niet hadden mogen weigeren. Gedeputeerden staten verzoeken de rechtbank het beroep gegrond te verklaren.
7. Eiseres en belanghebbende hebben van de rechtbank de gelegenheid gekregen op het verweerschrift te reageren. Eiseres heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. In haar reactie geeft zij aan het met het verweerschrift eens te zijn. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar geboden mogelijkheid om op het verweerschrift te reageren.
Oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank is met eiseres en gedeputeerde staten in het verweerweerschrift van oordeel dat gedeputeerde staten hun standpunt in de positieve weigering ten onrechte hebben gebaseerd op de interne saldering van de nieuwe situatie met de bestaande vergunde situatie. Door dit te doen hebben zij de aanvraag van belanghebbende niet beoordeeld op de wijze zoals in de 18 december-uitspraken door de Afdeling uiteen is gezet. Voor het bouwen van de nieuwe stal en het uitbreiden van het aantal melkgeiten is op grond van de Wnb wel een natuurvergunning vereist. De positieve weigering kan op basis van de gewijzigde rechtspraak van de Afdeling niet langer stand houden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is kennelijk gegrond. De rechtbank vernietigt de positieve weigering, omdat dit besluit in strijd is met artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Dat betekent dat gedeputeerde staten opnieuw op de aanvraag van belanghebbende om een natuurvergunning moeten beslissen. Gedeputeerde staten moeten aan de hand van het beoordelingskader uit de 18 december-uitspraken beoordelen of een natuurvergunning kan worden verleend. Daarvoor moet eerst een passende beoordeling worden opgesteld en als intern salderen als mitigerende maatregel wordt ingezet dan moet aan het additionaliteitsvereiste worden getoetst. Dit vereiste houdt in dat geen stikstofruimte mag worden gesaldeerd als deze ruimte al nodig is om verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden tegen te gaan of om voor die gebieden vastgestelde doelstellingen te halen. Op de nieuwe beslissing op de aanvraag blijven de Wnb en de voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Dat betekent dat gedeputeerde staten een nieuw ontwerpbesluit ter inzage moeten leggen en binnen zes maanden opnieuw op de aanvraag van belanghebbende moeten beslissen.
10. Omdat het beroep gegrond is moeten gedeputeerde staten het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Gedeputeerde staten moeten deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 907,-.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de positieve weigering;
- bepaalt dat gedeputeerde staten het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt gedeputeerde staten tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Dit volgt uit artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet.