In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 26 november 2025 een beschikking gegeven in een voorlopige voorzieningenprocedure tussen een vrouw en een man, die beiden in de Verenigde Staten verblijven. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. J.W. Aartsen, verzoekt de rechtbank om voorlopige voorzieningen in het kader van hun echtscheiding. De man, vertegenwoordigd door advocaat D.I.A. Schröder, verzet zich tegen de verzoeken van de vrouw. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw beoordeeld, waaronder de toevertrouwing van hun minderjarige kind aan de vrouw, kinderalimentatie van € 500,- per maand, partneralimentatie van € 2.000,- per maand, en het gebruik van de echtelijke woning. De man verzoekt om een contactregeling met het kind en een informatieregeling. De rechtbank heeft besloten dat het kind aan de vrouw wordt toevertrouwd, dat de man recht heeft op contact via videobellen, en dat hij € 486,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw voor partneralimentatie en andere zaken afgewezen. De beslissing is genomen op basis van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke Nederlandse recht, waarbij de belangen van het kind voorop staan.