Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. F.E. Leeman;
- de advocaat van de verdachte: mr. Y. Hamelzky;
- het slachtoffer: [slachtoffer] ;
- de advocaat van het slachtoffer: mr. R. van den Berg.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.Toegepaste wetsartikelen
- 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
- ontzegtde verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) weken; - bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een