ECLI:NL:RBMNE:2025:6426
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over passendheid functie ex-werkneemster wegens onvoldoende motivering
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een geschil tussen een bedrijf en het UWV over de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werkneemster op grond van de Wet WIA. Het bedrijf is het niet eens met het UWV-besluit dat de ex-werkneemster wel volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is.
Na een tussenuitspraak op 13 augustus 2025 waarin de rechtbank het UWV de gelegenheid gaf om het besluit te herstellen, diende het UWV een aanvullende motivering in. Deze motivering betrof de passendheid van de functie productiemedewerker industrie, ondanks een beperking wegens verhoogd persoonlijk risico zoals brand-, snij- en prikgevaar.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de functie passend is, met name omdat de beperking in de functionele mogelijkhedenlijst niet alleen geldt voor werken op hoogte, zoals het UWV stelde, maar ook voor andere risico's. De aanvullende toelichting op het soldeerboutje overtuigt de rechtbank niet. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de eerdere tussenuitspraak.
De rechtbank wijst het betaalde griffierecht aan het bedrijf toe, maar kent geen proceskostenvergoeding toe omdat geen beroepsmatige rechtsbijstand is ingeschakeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.