De rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 november 2025 een beschikking gegeven naar aanleiding van een aanvraag via de informele rechtsingang voor wijziging van het gezag over een minderjarige geboren in 2009. De ouders hadden gezamenlijk gezag, maar sinds september 2024 ziet de minderjarige haar niet-biologische moeder nauwelijks nog. De minderjarige vroeg de kinderrechter om het gezag eenhoofdig toe te wijzen aan haar biologische moeder.
De rechtbank stelde vast dat de situatie van de minderjarige al meer dan een jaar ingewikkeld en zwaar is, mede door een eetstoornis en een moeizame communicatie tussen de ouders. De ouders konden niet samenwerken en de spanningen leidden tot emotionele belasting voor het kind en belemmerden een gezamenlijke behandeling. De kinderrechter concludeerde dat het kind klem en verloren is geraakt door de strijd tussen de ouders en dat het in het belang van het kind noodzakelijk is dat beslissingen snel en eenduidig kunnen worden genomen.
De rechtbank besloot daarom het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag eenhoofdig toe te wijzen aan de biologische moeder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om snelle besluitvorming mogelijk te maken. De kinderrechter benadrukte dat het niet gaat om het verbreken van de familierechtelijke band met de niet-biologische moeder, maar om rust en ruimte voor het kind. Tevens werd een brief aan de minderjarige gestuurd waarin de beslissing en de overwegingen werden toegelicht.