Op 13 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wijziging van het gezag over een minderjarige, geboren in 2009. De zaak is gestart naar aanleiding van een verzoek van de minderjarige zelf, die op 17 juni 2025 een brief naar de rechtbank heeft gestuurd. In deze brief heeft de minderjarige aangegeven dat zij niet langer wil dat haar niet-biologische moeder, [moeder 1], gezag over haar uitoefent. De ouders van de minderjarige, die een geregistreerd partnerschap hebben gehad, hebben samen het gezag over haar. De minderjarige heeft in een gesprek met de kinderrechter op 17 juli 2025 haar wensen verder toegelicht. De rechtbank heeft de ouders uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van de minderjarige te delen, waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was.
Tijdens de zitting op 10 september 2025 is de zaak met gesloten deuren behandeld. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de situatie van de minderjarige al geruime tijd problematisch is, met name door de onderlinge strijd tussen de ouders. De minderjarige heeft aangegeven dat zij zich niet prettig voelt bij het contact met [moeder 1] en dat dit haar emotioneel belast. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de ouders niet in staat zijn om samen te werken in het belang van de minderjarige, wat heeft geleid tot de beslissing om het gezag over de minderjarige te wijzigen. De kinderrechter heeft bepaald dat voortaan alleen [moeder 2] het gezag over de minderjarige uitoefent, om zo de nodige rust en ruimte voor de minderjarige te creëren. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct ingaat, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
De kinderrechter heeft in haar beslissing benadrukt dat het in het belang van de minderjarige is dat er snel beslissingen genomen kunnen worden, en dat eenhoofdig gezag de situatie kan verbeteren. De ouders zijn aangespoord om hulp te zoeken voor een betere communicatie en samenwerking in de toekomst.