Verzoeker raakte op 5 mei 2016 betrokken bij een verkeersongeval als motorrijder en heeft sindsdien lichamelijke en psychische klachten. ASR erkende aansprakelijkheid, maar partijen kwamen niet tot definitieve schadeafwikkeling vanwege geschil over arbeidsongeschiktheid en verlies aan verdienvermogen.
Verzoeker diende een deelgeschilprocedure in om hierover duidelijkheid te krijgen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek vrijwel het gehele geschil omvatte, wat niet passend is voor een deelgeschil, maar behandelde inhoudelijk de punten over arbeidsongeschiktheid, causaal verband en secundaire victimisatie om de impasse te doorbreken.
De rechtbank stelde dat een onafhankelijk verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek noodzakelijk is voor de beoordeling van blijvende arbeidsongeschiktheid en wees het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe. Verder verklaarde zij voor recht dat de door deskundigen vastgestelde klachten en beperkingen in causaal verband staan met het ongeval en dat verzoeker in de hypothetische situatie zonder ongeval per 1 juni 2016 in dienst zou zijn getreden bij een werkgever voor een jaar tegen een vastgesteld salaris.
Andere verzoeken, zoals over smartengeld en rekenrente, werden afgewezen. De rechtbank veroordeelde ASR tot betaling van de proceskosten en deed een dringend beroep op partijen om het schadetraject voortvarend te vervolgen.