Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A. Dam;
- de advocaat van de verdachte: mr. E. van der Meer;
- het slachtoffer: [slachtoffer] .
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 18 juni 2022 ontmoetten verdachte en het slachtoffer elkaar tijdens het uitgaan in Utrecht en gingen samen naar een studentenhuis waar seksueel contact plaatsvond. Het slachtoffer verklaarde dat zij tegen haar wil werd verkracht, terwijl de verdachte stelde dat het contact wederzijds was. De rechtbank oordeelde dat hoewel seksueel contact had plaatsgevonden, de verklaringen over de aard ervan sterk uiteenliepen.
De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken bewijs vaak beperkt is tot verklaringen van betrokkenen en dat steunbewijs vereist is voor een veroordeling. De verklaring van het slachtoffer werd onvoldoende ondersteund door ander bewijs, zoals de getuigenverklaring van de neef en het forensisch medisch onderzoek. De getuige had emoties van het slachtoffer waargenomen, maar zijn verklaring week op cruciale punten af van die van het slachtoffer en kon ook passen bij een alternatieve verklaring van de verdediging.
Het letsel dat bij het slachtoffer werd vastgesteld kon zowel bij verkrachting als bij consensueel seksueel contact passen. Door het ontbreken van voldoende steunbewijs kon de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen en sprak zij de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor de verkrachtingsbeschuldiging.