ECLI:NL:RBMNE:2025:6310

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
577833
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding tussen partijen getrouwd in Somalië met juridische vraag over rechtsgeldigheid huwelijk

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 28 november 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, die in 2016 in Somalië met elkaar zijn gehuwd. De rechtbank heeft de vraag aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) voorgelegd of een huwelijk rechtsgeldig kan worden gesloten in Somalië als beide partijen niet aanwezig waren bij de huwelijksvoltrekking, maar enkel hun vaders als gemachtigden. Het IJI heeft bevestigd dat een huwelijk in Somalië rechtsgeldig kan zijn, zelfs als de echtgenoten niet fysiek aanwezig zijn, mits zij vertegenwoordigd worden door hun vaders. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk van partijen rechtsgeldig is en heeft de echtscheiding uitgesproken, omdat partijen het erover eens waren dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Tevens zijn de afspraken in het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan opgenomen in de beschikking. De beslissing is openbaar uitgesproken en partijen hebben het recht om binnen drie maanden hoger beroep in te stellen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/577833 / FA RK 24-1202
Echtscheiding
Beschikking van 28 november 2025
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats 1]
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. V.C.Th. van 't Westende Meeder,
en
[de man],
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. V.C.Th. van 't Westende Meeder.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de partijen (met bijlagen) van 26 juni 2024, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde dag;
  • het bericht van de partijen van 8 juli 2024;
  • het bericht van de partijen van 20 augustus 2025;
  • het bericht van de partijen (met bijlage) van 18 november 2025;
  • het bericht van de partijen (met bijlagen) van 14 januari 2025.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 14 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de partijen, bijgestaan door hun advocaat;
  • A.N. Musa, de tolk van partijen (telefonisch).
1.3.
De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige 1] , de zoon van de partijen, gevraagd wat hij van het verzoek vindt. [minderjarige 1] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de rechter te praten of een brief aan de rechter te sturen. De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige 2] , de andere zoon van de partijen, niet gevraagd wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
1.4.
Na de zitting heeft de rechtbank juridisch advies ingewonnen bij het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: het IJI). Op 14 november 2025 heeft de rechtbank van het IJI een rapportage met bijlage ontvangen. Partijen zijn niet in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, omdat het advies van het IJI hun standpunten bevestigd.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De partijen zijn op [datum huwelijk] 2016 in Somalië met elkaar gehuwd.
2.2.
Tijdens het huwelijk zijn de volgende kinderen geboren:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] /2017 te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] /2023 te [geboorteplaats] .
De kinderen wonen bij de vrouw.
2.3.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.4.
Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen.
2.5.
Partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen hen uit te spreken en te bepalen dat de inhoud van het convenant met bijlagen en de vertalingen worden gewaarmerkt en onderdeel uitmaken en gehecht worden aan deze beschikking.
2.6.
Partijen hebben geen afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte overgelegd.

3.De beoordeling

Bevoegdheid rechtbank en het toepasselijk recht
3.1.
De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 van de Verordening Brussel II-bis rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, omdat beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden ten tijde van de indiening van het verzoekschrift. [1]
3.2.
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is het Nederlandse recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding.
Rechtsgeldigheid huwelijk
3.3.
Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het echtscheidingsverzoek zal, gelet op artikel 10:33 BW, de rechtbank moeten beoordelen of het tussen partijen gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland kan worden erkend.
3.4.
Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit (art. 10:31 lid 4 BW), behoudens tegenbewijs.
3.5.
In deze zaak is geen huwelijksakte aanwezig. De rechtbank vindt dat het overleggen van een afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte in dit geval achterwege kan blijven. Partijen kunnen deze namelijk niet overleggen omdat de documenten verloren zijn geraakt. De rechtbank neemt daarom genoegen met de BRP uittreksels van partijen en de verklaringen die partijen ter zitting hebben afgelegd over de wijze waarop het huwelijk is voltrokken.
3.6.
Partijen hebben verklaard dat zij in Somalië op traditionele religieuze wijze zijn gehuwd en dat bij de huwelijksvoltrekking de vaders van partijen aanwezig waren, die namens hen als gemachtigden optraden. Zij hebben via de telefoon een mondelinge machtiging gegeven van de bruid en bruidegom om dit voor hen te doen.
3.7.
Voor de rechtbank was het niet duidelijk of een huwelijk rechtsgeldig is indien het huwelijk is gesloten in afwezigheid van beide partijen. Om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen heeft de rechtbank aanleiding gezien om juridisch advies in te winnen bij het IJI. De rechtbank heeft de volgende vraag aan het IJI voorgelegd:
“Kan een huwelijk rechtsgeldig worden gesloten in Somalië als beide partijen NIET aanwezig waren bij de huwelijksvoltrekking, maar enkel hun vader als gemachtigden?”
3.8.
Het IJI heeft op 14 november 2025 een schriftelijk advies gegeven. Uit dit advies blijkt dat partijen een rechtsgeldig huwelijk hebben gesloten. In het advies staat, voor zover hier van belang, het volgende:
Het huwelijk komt ex artikel 6 Wet inzake het Personeel Statuur van 1975 (hierna: WPS) tot stand door aanbod en aanvaarding in bijzijn van twee getuigen. De vrouw wordt vertegenwoordigd door een mannelijke huwelijksvoogd (wakiil), die haar vertegenwoordigt tijdens de huwelijksceremonie. Het is gebruikelijk dat de vrouw zelf niet aanwezig is bij de huwelijksceremonie.
In de onderhavige kwestie waren beide echtgenoten niet aanwezig bij de huwelijksvoltrekking. Zij werden beiden vertegenwoordigd door hun vader. Naar het sharia recht is dit toegestaan en ook gebruikelijk in de Somalische rechtspraktijk. Wij verwijzen ook naar artikel 8 lid 4 WPS (form of marriage): ‘proposal may be made in the absence of the person who makes it. In such cases it shall be made in writing or through a special proxy’ en artikel 18 WPS (marriage by proxy): ‘In the marriage contract the bridegroom may be represented by another person.’ Ter verdere onderbouwing verwijzen wij nog naar de volgende passage: ‘In proxy marriage, either the bride or groom may nominate a representative to take part in the marriage ceremony on their behalf. If both are unable to attend, the ceremony takes place with both parties represented by proxies. Proxy marriage occurs in Somalia and Djibouti, particularly when it is impossible for both bride and groom to be in the same place (Mohamed, 2001). Proxy marriage is based on Islamic precepts and is becoming popular among diaspora Somalis, who tend to get married from distant countries and across continents (Omar, 2011).’
Uit het voormelde volgt dan ook dat een huwelijk in Somalië rechtsgeldig bij volmacht kan plaatsvinden, waarbij de echtgenoten niet aanwezig zijn bij de huwelijksvoltrekking.
Als bronvermelding heeft het IJI genoemd:
  • Landinfo, Report Somalia: Marriage and divorce, Country of Origin Information Centre, Oslo (Noorwegen), 14 juni 2018, p. 13, 15 en 16
  • Landenrapport Somalia: Marriage, Law Library, Library of Congress, December 1999
  • Yusuf Sheikh Omar, The Handbook of Marriage in the Arab World, Gulf Studies 17, Springer, 2024, p. 229.
3.9.
Op basis van het voorgaande advies van het IJI oordeelt de rechtbank dat het huwelijk in Somalië rechtsgeldig (bij volmacht) tot stand is gekomen.
3.10.
Volledigheidshalve verwijst de rechtbank naar artikel 5 lid 4 WPS, waaruit volgt dat de echtgenoten het huwelijk dienen te laten registreren bij de dichtstbijzijnde districtsrechtbank of een andere (lokale) bevoegde autoriteit. Hoewel de WPS de registratie van het huwelijk voorschrijft, is dit geen constitutief vereiste voor de totstandkoming van het huwelijk. Het gegeven dat het huwelijk niet is geregistreerd doet niet af aan de rechtsgeldigheid van het huwelijk.
Erkenning huwelijk in Nederland
3.11.
Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig in Nederland wordt erkend. Dit geldt niet alleen voor een civielrechtelijk gesloten huwelijk, maar ook voor een religieus of traditioneel huwelijk.
3.12.
Op grond van artikel 10:32 BW wordt aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, of als een van de echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk jonger was dan achttien jaar.
3.13.
Niet is gebleken dat erkenning van het huwelijk kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, of dat één van de echtgenoten bij de huwelijkssluiting jonger was dan achttien jaar. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van een naar Somalisch recht rechtsgeldig gesloten huwelijk, dat op grond van artikel 10:31 lid 1 BW in Nederland wordt erkend.
De echtscheiding
3.14.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. [2] Partijen zijn het er namelijk over eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan
3.15.
Partijen hebben afspraken gemaakt in een echtscheidingsconvenant en een daarvan deel uitmakend ouderschapsplan. Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek om de inhoud van het convenant met bijlagen en de vertalingen onderdeel uit te laten maken van deze beschikking.
3.16.
De rechtbank zal de afspraken opnemen in de beschikking zoals verzocht. De rechtbank hecht het convenant, het ouderschapsplan en de vertalingen daarom aan deze beschikking.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [datum huwelijk] 2016 in Somalië;
4.2.
bepaalt dat de inhoud van het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan en de vertalingen onderdeel uitmaken van deze beschikking en hecht hiervan een exemplaar aan.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.E. Falkmann, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. C.A. Lammertink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Verordening (EG) Nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019.
2.Artikel 1:154 van het Burgerlijk Wetboek.