In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 20 november 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster afgewezen. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 oktober 2025 tot openbaarmaking van een toezichtsrapport van de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, omdat de minister zelf al maatregelen heeft getroffen door het inspectierapport te herzien en het openbaarmakingsbesluit op te schorten. De minister heeft schriftelijk verklaard dat het herziene rapport naar verzoekster zal worden gestuurd en dat zij de gelegenheid krijgt om te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, maar veroordeelt de minister wel in de proceskosten van verzoekster, die op € 907,- worden vastgesteld. Tevens moet de minister het griffierecht van € 385,- aan verzoekster vergoeden. De uitspraak is openbaar gedaan en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.