ECLI:NL:RBMNE:2025:6264

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
600673
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarigen in een complexe gezinscontext met intieme terreur

Op 7 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland heeft verzocht om de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en de opvoedingssituatie. De ouders, de moeder en de vader, zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er zijn forse spanningen en conflicten tussen hen, wat leidt tot een onveilige opvoedingscontext voor de kinderen. De vader vertoont problematisch gedrag, waaronder intieme terreur jegens de moeder, wat de situatie verder compliceert.

Tijdens de zitting op 7 november 2025 zijn beide ouders gehoord, evenals vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd door de onveilige situatie en de onduidelijkheid rondom de omgangsregeling. De vader heeft moeite met het accepteren van hulp en de zorgen die door verschillende instanties zijn geuit. De kinderrechter heeft besloten om de kinderen onder toezicht te stellen, met als doel hen een veilige en voorspelbare opvoedingssituatie te bieden, en om de ouders te begeleiden in hun ouderschap.

De kinderrechter heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de kinderen de hulp en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben in deze complexe situatie. De kinderrechter heeft benadrukt dat de ouders individueel hulp moeten zoeken en dat er een duidelijke scheiding tussen hen moet zijn, gezien de vastgestelde intieme terreur.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/600673 / JE RK 25-1515
Datum uitspraak: 7 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland,hierna te noemen de Raad,
gevestigd in Utrecht,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. A. Patist,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de Raad ontvangen op 7 oktober 2025 en de bijlagen van de Raad ontvangen op 15 en 21 oktober 2025;
  • de berichten van de moeder (met bijlagen) van 4 en 6 november 2025;
  • de twee berichten van de vader (met bijlagen) van 6 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] , vertegenwoordigers van de Raad;
- de heer [persoon 3] , vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna te noemen de GI).
1.3.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van deze beslissing.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
In de tussenbeschikking van deze rechtbank van 4 november 2025 is (onder meer) een voorlopige zorg-, vakantie- en feestdagenregeling tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader vastgesteld.

3.Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder maakt zich zorgen om de kinderen, maar vraagt zich af of een jeugdbeschermer de zorgen kan wegnemen en kan doordringen bij de vader.
4.2.
De vader zegt dat het goed gaat met de kinderen en dat hij trots op hen is. De vader wil dat het goed gaat met de kinderen en dat de focus op de kinderen moet zijn. Er is een ouderschapsplan en er zijn afspraken waar de ouders zich aan moeten houden. De vader zegt zich te willen houden aan duidelijke afspraken met hulpverleningsinstanties want daar kan hij op terugvallen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter wijst het verzoek toe en stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI voor de duur van een jaar. Hierna wordt deze beslissing uitgelegd.
5.2.
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(s) de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet of niet genoeg accepteren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen. [1]
5.3.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan deze wettelijke voorwaarden is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd.
De kinderen groeien al jarenlang op in een gecompliceerde, onrustige en onveilige opvoedingscontext als gevolg van de situatie tussen de ouders. Er zijn forse spanningen en ruzies tussen de ouders. Moviera heeft vastgesteld dat sprake is van intieme terreur door de vader tegen de moeder.
5.4.
In de afgelopen periode is er veel onduidelijkheid, stress en spanning geweest voor de kinderen rondom de omgang. Ondanks dat de ouders een zorgregeling hebben afgesproken in het ouderschapsplan en daarna de regeling op 4 november 2025 is gewijzigd en duidelijk is opgeschreven door de rechtbank, leidt de omgang tot discussie over de uitvoering daarvan. Wanneer dit onderwerp op de zitting wordt besproken, lijkt het er op dat de vader niet kan of wil begrijpen wat de inhoud van de regeling is waardoor voor de kinderen onprettige situaties ontstaan. De kinderen laten in hun gedrag zien dat zij last hebben van de spanningen en onduidelijkheid over wie hen ophaalt aan het eind van de dag van de opvang.
5.5.
Bovenal heeft de kinderrechter net als de Raad grote zorgen over de mindset van de vader, hoe hij daarnaar handelt en wat dat betekent voor zijn (gebrek aan) beschikbaarheid voor de kinderen. Tijdens het onderzoek heeft de Raad geen goed beeld van de vader kunnen krijgen, omdat hij het gesprek voortijdig heeft gestopt. Hij weigerde om met de Raad in gesprek te gaan over de kinderen. De vader bombardeert instanties, waaronder de Raad, met e-mails en klachten. De vader erkent niets van de zorgen die onder andere door de Raad, BSO en school worden geuit. De vader heeft een locatieverbod voor de BSO gekregen omdat hij in het bijzijn van kinderen heeft geschreeuwd en zich niet prettig heeft opgesteld tegenover de medewerkers van de BSO. Wanneer de vader met dit gedrag geconfronteerd wordt op de zitting, ontkent hij het locatieverbod. Op de zitting reageerde de vader erg emotioneel en liet hij wederom geen zelfreflectie zien.
5.6.
Het is jammer dat de Raad de kinderen niet kon spreken, omdat de vader daarvoor geen toestemming gaf. Daarom is de Raad uitgegaan van de wel beschikbare informatie over de kinderen van de moeder, opvang, BSO, school en instanties. Hieruit volgt dat [minderjarige 1] laat zien dat hij last heeft van spanningen. Hij is periodes niet zindelijk, heeft last van woedeaanvallen en is soms erg verdrietig. Hij heeft emotioneel veel moeite met de wisselingen tussen de ouders en hij heeft woede-uitbarstingen bij deze wisselingen. De moeder zegt dat de zorgen om [minderjarige 1] niet zijn afgenomen. [minderjarige 2] is een vrolijk meisje, maar uit zich niet makkelijk en lijkt emoties in te slikken. De kinderrechter volgt het standpunt van de Raad dat enkel omdat er nu niet veel kindsignalen zijn, dat niet betekent dat er geen zorgen zijn. Net als de Raad aangeeft, kan het volgens de kinderrechter niet anders zijn dat de context waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opgroeien zodanig ernstig is dat de spanning en stress die dit continu met zich meebrengt schadelijk is voor hun ontwikkeling. Als de zorgen niet tijdig worden weggenomen, kan dat tot meer schade bij de kinderen leiden. De Raad legt uit dat de gebeurtenissen die de kinderen meemaken hun vertrouwen in zichzelf en anderen kunnen schaden, dat zij gevoelens van schuld en afwijzing kunnen ervaren en dat de kinderen forse loyaliteitsproblemen kunnen krijgen. [minderjarige 1] heeft hulp nodig en de moeder wil dat voor hem regelen maar de vader verzandt, ook op de zitting weer, in een discussie over het halen en brengen van [minderjarige 1] voor die hulp op een zorgdag van de moeder. Het gevolg daarvan is dat [minderjarige 1] een jaar later nog steeds niet de nodige hulp heeft gekregen. De kinderrechter vindt dit zorgelijk.
5.7.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening
.De ouders zijn op dit moment onvoldoende bereid of in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. De Raad ziet een betrokken moeder die passende hulp zoekt voor de kinderen. Zij heeft zelf hulp van Moviera. De vader heeft eerder niet meegewerkt aan de hulpverlening. Nu zegt hij op de zitting dat hij wel hulpverlening accepteert. Nog los van de twijfel bij de kinderrechter of de vader de hulpverlening werkelijk zal accepteren, is dit nu ook te laat. Deze situatie duurt te lang voor de kinderen en moet zo snel mogelijk veranderen. De ouders kunnen hiervoor niet met elkaar samenwerken. Door de vaststelling van intieme terreur kan dat ook niet van de moeder verwacht worden.
5.8.
Eerdere inzet van vrijwillige hulpverlening heeft niet gewerkt. Het gesprek voeren met de vader is ingewikkeld, dat heeft de kinderrechter op de zitting zelf ook gemerkt. De vader gaat over alles in discussie en betrekt iedereen die hij kan bedenken bij de kwestie. De advocaat van de moeder had op de zitting een grote stapel mee met e-mails van de vader aan verschillende instanties waarin de moeder in de CC is vermeld. De vader wil het beste voor zijn kinderen maar door zijn gedrag komt niemand toe aan de kern en dat is wat de kinderen nodig hebben om zich veilig en gezond te ontwikkelen. De vader zegt dat hij met de moeder wil overleggen, maar in het geval intieme terreur is in ieder geval voorlopig het uitgangspunt dat overleg tussen de ouders geen optie is. Hoewel dit aan de vader wordt uitgelegd, sluit hij zijn betoog op de zitting toch met een verzoek om de start van mediation. Deze zaak vraagt om een duidelijke regie van een jeugdbeschermer om er voor te zorgen dat de situatie voor de kinderen verbetert en dat partijen en de kinderen de hulp krijgen die zij nodig hebben.
De doelen van de ondertoezichtstelling
5.9.
Het volgende moet er voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gebeuren:
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ervaren duidelijkheid met betrekking tot de omgangsregeling. Dat betekent dat voor hen duidelijk is wanneer ze bij welke ouder verblijven en wie hen ophaalt/ brengt.
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] kunnen hun emoties herkennen en uiten, zowel over de scheiding als zaken in het dagelijks leven;
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een ontspannen en onbelast contact en band met beide ouders en de overdrachten verlopen ontspannen;
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] worden door de ouders niet geconfronteerd met de onderlinge spanningen en escalaties. Dat houdt in dat zij ouders hebben die hen in woord en daad toestemming geven om hun eigen mening te vormen over de andere ouder. Dit betekent concreet dat de ouders in het bijzijn van de kinderen zich neutraal of positief uitlaten over de andere ouder en de kinderen in directe en indirecte zin afschermen van hun negatieve gedachten/gevoelens over elkaar als ouders. Dat betekent ook dat als een ouder iets doet of zegt wat de kinderen overbrengen naar de andere ouder, de andere ouder daar passend op kan reageren, zonder een oordeel over te brengen;
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voelen zich gesteund door beide ouders en ervaren voorspelbaarheid, duidelijkheid en continuïteit in hun opvoedingssituatie;
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven bij de vader in een opvoedsituatie waarin er zicht en openheid is, waarbij de hulpverlening over de vloer kan komen en er een beeld gevormd kan worden van de opvoedsituatie bij de vader thuis en er zicht komt op zijn rol als opvoeder;
  • de door Moviera vastgestelde intieme terreur wordt in kaart wordt gebracht waarbij onderzocht wordt wat dat betekent voor de mogelijkheden binnen deze zaak in het contact tussen de vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
5.10.
Uit deze doelen volgt dat het voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] het belangrijk is dat zij rust en voorspelbaarheid hebben in de opvoedsituaties bij de moeder en de vader. De jeugdbeschermer zal daarom toezien op de omgangsregeling en de overdrachtsmomenten zodat de kinderen zo min mogelijk spanningen ervaren.
5.11.
Het is noodzakelijk dat de kinderen snel individuele hulp krijgen in de vorm van een vertrouwenspersoon, speltherapie of een vorm van een groep gericht op het blijven staan in de problemen in het leven met gescheiden ouders. Dit zodat zij leren om te gaan met de situatie van gescheiden ouders en leren hun emoties te herkennen en te uiten. Voor [minderjarige 1] is hulp bij Dappere Dino’s geadviseerd en dat moet zo snel mogelijk starten. Voor [minderjarige 2] moet worden bekeken wat haar kan helpen. Gedacht wordt aan speltherapie waar zij haar verhaal kan vertellen. Voor de overdrachtsmomenten kan Het Opstapje worden ingezet om de spanningen voor de kinderen te verkleinen.
5.12.
Beide ouders moeten individueel hulpverlening (zoals bij De Waag, emotie-regulatie therapie voor de vader en EMDR voor de moeder) of een ouderschapsprogramma volgen om vorm te geven aan hun ouderschap in hun eigen opvoedingssituatie. Dit wordt aangevuld met opvoedingsondersteuning in de individuele opvoedingssituaties, die ook gericht zal moeten zijn op het ondersteunen door ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het leren uiten van hun emoties. Met beide ouders moet ook het gesprek gevoerd worden over wat zij kunnen doen of juist moeten nalaten om de kinderen zo min mogelijk getuige te laten zijn van alles wat er tussen hen speelt. De vader moet zich begeleidbaar opstellen voor individuele hulp.
5.13.
Omdat Moviera intieme terreur heeft vastgesteld, moeten de ouders eerst individuele hulp krijgen en los van elkaar vorm geven aan het ouderschap. De jeugdbeschermer krijgt de opdracht om een duidelijke scheiding tussen de ouders aan te brengen. Iedereen zal zich daarbij aan de afspraken moeten houden. Bij intieme terreur gaat veiligheid voor het recht op omgang. De GI heeft zich hierover op de zitting duidelijk uitgesproken. Het is hierbij belangrijk dat de vader volledig meewerkt om inzicht en openheid te geven over zijn thuissituatie en de manier waarop hij uitvoering geeft aan zijn vaderschap. Deze hulp zal tijd kosten en voordat deze hulp positief is afgerond, is gezamenlijk overleg of een gezamenlijk traject tussen de ouders niet aan de orde.
5.14.
De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar, omdat deze tijd nodig is om te werken aan de doelen.
5.15.
De vader heeft op de zitting gezegd dat hij meewerkt aan duidelijke afspraken. De kinderrechter heeft aan de vader uitgelegd dat de kinderen conform de beschikking van 4 november 2025 vanaf vrijdag om 17:30 uur uit de opvang/BSO bij hem verblijven en dat hij gelet op het locatieverbod vanuit de opvang/BSO ervoor moet zorgen dat de kinderen op dat moment door een ander wordt opgehaald en niet door hem. De vader heeft toegezegd dat hij zich hier aan zal houden.
5.16.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.17.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 7 november 2025 tot 7 november 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Ö. Duran als griffier, en op schrift gesteld op 21 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.