ECLI:NL:RBMNE:2025:6260
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen wijziging achternaam van dochter in achternaam moeder
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Midden-Nederland het beroep van een vader tegen de wijziging van de achternaam van zijn dochter in de achternaam van haar moeder. De dochter, geboren op 20 oktober 2025, draagt momenteel de achternaam van haar vader. De moeder heeft een aanvraag ingediend om de achternaam van de dochter te wijzigen, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is ingewilligd. De vader is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep aangetekend. Tijdens de zitting op 31 oktober 2025 zijn de betrokken partijen, inclusief de gemachtigden, aanwezig geweest. De rechtbank heeft vastgesteld dat de dochter bij haar moeder woont en al een jaar de achternaam van haar moeder gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris alle belangen goed heeft afgewogen en dat de wijziging van de achternaam in het belang van het kind is. De rechtbank concludeert dat het beroep van de vader ongegrond is, wat betekent dat de dochter de achternaam van haar moeder zal krijgen. De vader krijgt geen griffierecht terug en geen vergoeding van proceskosten. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.