ECLI:NL:RBMNE:2025:6258

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
UTR 24/6259
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bestuursdwang wegens wegslepen van voertuig in Utrecht

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de toepassing van bestuursdwang door het wegslepen van haar auto van het [straat] in Utrecht op 27 juli 2024. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 oktober 2024, waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht stelde dat de auto terecht was weggesleept en dat de kosten daarvan bij haar in rekening waren gebracht. De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2025 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigden van het college.

De rechtbank oordeelt dat eiseres gedeeltelijk gelijk heeft, omdat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand, omdat eiseres inhoudelijk geen gelijk krijgt. De rechtbank concludeert dat eiseres op de hoogte had kunnen zijn van het parkeerverbod, dat duidelijk was aangegeven met borden. Ook oordeelt de rechtbank dat het college niet verplicht was om vooraf contact op te nemen met eiseres voordat haar auto werd weggesleept.

De rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar van 2 oktober 2024, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Eiseres heeft recht op vergoeding van het griffierecht, maar er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6259
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: P.F. Abbink Spaink),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigden: C. Ligthart en E. van Woudenberg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de toepassing van bestuursdwang door het wegslepen van haar auto van het [straat] in Utrecht op 27 juli 2024.
1.1.
Met het bestreden besluit van 2 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college erbij gebleven dat de auto van eiseres terecht is weggesleept en dat de kosten daarvan terecht bij haar in rekening zijn gebracht.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het wegslepen van de auto van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank geeft eiseres gedeeltelijk gelijk. Haar beroep is gegrond, omdat het college haar ten onrechte niet heeft gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat eiseres inhoudelijk geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres heeft haar auto op vrijdagavond 26 juli 2024 geparkeerd op het [straat] in Utrecht. Op zaterdag 27 juli 2024 omstreeks 5.04 uur is de auto van eiseres weggesleept, omdat er volgens het college een parkeerverbod geldt op zaterdag van 3.00 uur tot 19.00 uur in verband met de wekelijkse bloemenmarkt.
5. De rechtbank is het met eiseres eens dat zij in de bezwaarfase ten onrechte niet is gehoord. De rechtbank volgt het college niet in haar standpunt dat eiseres hierdoor niet is benadeeld. De rechtbank sluit niet uit dat dit wel het geval is. Dit betekent dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank ziet wel aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, gelet op het volgende.
6. Eiseres heeft de vraag opgeworpen of het bestreden besluit wel bevoegd is genomen. Dit is het geval. Het bestreden besluit is genomen door C. Ligthart namens het college van burgemeester en wethouders. Uit de Mandaatregeling B&W en Burgemeester 2024 blijkt dat hij hiertoe bevoegd is.
7. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of eiseres ervan op de hoogte kon zijn dat er een parkeerverbod gold op het tijdstip dat zij haar auto op het [straat] parkeerde. Bij de ingang van het parkeerterrein staat een P-bord met een onderbord waaruit blijkt dat niet geparkeerd mag worden op zaterdagen tussen 3.00 uur en 19.00 uur. De rechtbank is van oordeel dat eiseres had kunnen en moeten begrijpen dat dit bord voor het gehele parkeerterrein gold en niet alleen voor de rechterzijde van het terrein, zoals zij betoogt. In dat geval had het bord juist op een andere plek (niet bij de ingang) moeten staan. Omdat duidelijk is dat het bord voor het gehele parkeerterrein geldt, volgt de rechtbank eiseres ook niet in haar stelling dat er een zone-bord zou moeten staan.
Het is verder vaste rechtspraak dat elke verkeersdeelnemer zich ervan dient te vergewissen wat de ter plaatse geldende verkeersregels zijn door goed om zich heen te kijken en zo nodig een stukje te lopen om te zien wat op een verkeersbord is aangegeven.
8. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat contact met haar opgenomen had kunnen worden, voordat haar auto werd weggesleept. Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen is het college bevoegd tot het overbrengen en in bewaring stellen van een voertuig. Het college is niet verplicht vooraf contact op te nemen met de eigenaar van het voertuig. Bovendien was in dit geval haast geboden. Het is vervelend voor eiseres dat zij haar auto pas op maandag weer op heeft kunnen halen, maar dat is het gevolg van de rechtmatig toegepaste bestuursdwang. Van inbeslagname van de auto is geen sprake.
9. Eiseres heeft een hoog bedrag betaald voor de toegepaste bestuursdwang, namelijk € 399,26, maar zij had op de hoogte kunnen zijn van de hoogte van dit bedrag, aangezien dit bedrag volgt uit de Wegsleepverordening 2018 gemeente Utrecht. Het ter plekke plaatsen van een bord met dit bedrag is daarom niet nodig.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
11. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 2 oktober 2024;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.