Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Financiën,
Samenvatting
Procesverloop
De rechtbank merkt hierover op dat deze proceshouding niet van professionaliteit getuigt en dat in het vervolg anders wordt verwacht.
Beoordeling door de rechtbank
1. een schuld aan DUO van € 11.754,44;
2. een schuld aan de Landsontvanger van Curaçao van € 248,67. Dit betreft een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting 2020, inclusief boete;
3. een schuld aan Aquaelectra/Landsontvanger van Curaçao van € 687,- met betrekking tot de afvalstoffenheffing over 2018-2021;
4. een schuld aan de MCB Bank van € 25.060,30;
5. een schuld aan Aquaelectra van 6.915 ANG met betrekking tot facturen voor water van november 2019 tot en met mei 2021.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer UTR 24/3880 gegrond;
- bepaalt dat de minister de schuld tot een bedrag van 5.848,54 ANG aan eiseres compenseert en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit;