Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
De Jeugd & Gezinsbeschermers, gevestigd te Amsterdam,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van 6 oktober 2025, met bijlagen, ontvangen op 7 oktober 2025;
- de brief van de GI van 30 september 2025, ter aanvulling op de schriftelijke aanwijzing, ontvangen op 7 oktober 2025.
2.De feiten
“Om ervoor zorg te dragen dat DJGB haar taak uit kan voeren vragen wij u dan ook om mee te werken aan de begeleide omgangsmomenten bij Konfia zoals afgesproken met Konfia.
- U ziet [minderjarige 2] en [minderjarige 1] alleen tijdens deze begeleide omgangsmomenten bij Konfia en niet hierbuiten, hier zijn geen uitzonderingen op.
- In december zal worden geëvalueerd of de omgang uitgebreid/aangepast dient te worden.
- Er is telefonisch contact tussen u en [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zoals afgesproken tijdens het Netwerkberaad.
- Op dinsdag zal Konfia de belmomenten tussen moeder en [minderjarige 1] begeleiden/inbellen via Whatsapp om dit gesprek (waar nodig) te begeleiden.
- Daarnaast is overeen gekomen dat [minderjarige 2] op zondag (wanneer hij bij [B] is) ook zijn moeder mag bellen.”
3.De verzoeken
4.De beoordeling
5.5. Uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, leidt de kinderrechter af dat de moeder zich inhoudelijk conformeert aan de afspraken die in het netwerkberaad en door Konfia zijn gemaakt over de omgang en over het contact met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . De moeder heeft verklaard dat zij deze afspraken onderschrijft en dat zij bereid is deze na te komen. De kinderrechter constateert dat ook de GI ter zitting heeft aangegeven dat er geen sprake is geweest van ernstige of structurele overtredingen, maar dat zij vooral ervaart dat de moeder ‘ruimte zoekt’ en soms vragen stelt of mogelijkheden verkent rondom contactmomenten. Het stellen van vragen of het bespreken van haar wensen levert echter op zichzelf geen schending van de aanwijzing op en vormt daarom naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende reden om over te gaan tot bekrachtiging.