Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- dagvaarding van [eiseres] van [gedaagde sub 3] met producties 1 tot en met 25 van 26 augustus 2024;
- dagvaarding van [eiseres] van [gedaagden sub 1 en sub 2] met producties 1 tot en met 25 van 27 augustus 2024;
- vonnis in het vrijwaringsincident van 19 maart 2025;
- conclusie van antwoord van [gedaagden sub 1 en sub 2] met producties 1 tot en met 4;
- conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] met productie 1;
- aanvullende producties 26 tot en met 30 van [eiseres] ;
- aanvullende productie 5 van [gedaagden sub 1 en sub 2] ;
- tussenvonnis van 3 september 2025;
- aanvullende productie 31 van [eiseres] ;
- antwoordakte van [gedaagden sub 1 en sub 2] ;
- antwoordakte van [gedaagde sub 3] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
4.De beslissing
€ 50.090,66 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 1 september 2024 tot de dag van volledige betaling,