Uitspraak
1.De procedure
- het uitstelverzoek namens BMN van 23 oktober 2025,
2.Wat is de kern?
22 september 2024 tot en met augustus 2025. [eisende partij] zegt dat hij niet zijn volledige loon heeft ontvangen, ondanks dat hij hier herhaaldelijk om heeft gevraagd. [eisende partij] vraagt in deze procedure om betaling van achterstallig loon, opgebouwde vakantiedagen, de wettelijke verhoging, de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en vraagt om veroordeling van BMN in de proceskosten. BMN heeft geen verweer gevoerd.
3.De beoordeling
Het bedrag aan loon dat over 2025 had moeten worden betaald bedroeg volgens [eisende partij]
€ 16.437,00 bruto. Op dat bedrag strekt een bedrag van € 3.191,00 netto in mindering.
(€ 5.490,00 + € 16.437,00), waarop een totaal nettobedrag van € 6.571,00 (€ 3.380,00 +
€ 3.191,00) in mindering strekt. De hoogte van dat bedrag kan de kantonrechter, gelet op de nettobedragen die op de bruto bedragen in mindering strekken, niet berekenen. BMN zal aan de hand van de hiervoor genoemde bedragen moeten berekenen (en daarvan bruto/netto specificaties moeten overleggen), wat het bruto bedrag is waar [eisende partij] nog recht op heeft.
De wettelijke rente daarover zal worden toegewezen op de in de beslissing vermelde wijze.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat BMN uiteraard wel vakantietoeslag moet betalen aan [eisende partij] , omdat dit uit de wet en de CAO volgt, maar in deze procedure kan dat bedrag niet worden toegewezen. Om een eventuele volgende procedure te voorkomen doet BMN er verstandig aan de vakantietoeslag vrijwillig te betalen.
De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op: