Op 2 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, een inwoner van [plaats], een voorlopige voorziening heeft gevraagd tegen de sluiting van zijn woning door de burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden. De sluiting was gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet, na het aantreffen van wapens en goederen gerelateerd aan nationaal-socialistisch gedachtengoed in de woning van verzoeker. De burgemeester had op 20 augustus 2025 besloten om de woning voor drie maanden te sluiten, omdat er vrees bestond voor een ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoeker betwistte deze vrees en stelde dat hij een verzamelaar was van wapens, die hij op beurzen had gekocht, en dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van strafbare wapens.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, omdat de burgemeester niet voldoende had gemotiveerd dat er sprake was van een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele aantreffen van wapens niet voldoende was om te concluderen dat er een ernstige vrees voor verstoring bestond. Bovendien was de motivering van de burgemeester te algemeen en niet specifiek toegespitst op de situatie van verzoeker. De voorzieningenrechter heeft het besluit van de burgemeester geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar en heeft de burgemeester veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door de burgemeester bij het nemen van besluiten die de openbare orde raken, en dat niet elk aangetroffen wapen automatisch leidt tot een vrees voor verstoring van de openbare orde.