ECLI:NL:RBMNE:2025:6086
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet-betaling griffierecht
Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede. Eiser had beroep aangetekend tegen een besluit van het college van 14 oktober 2024. Tijdens de zitting was eiser niet aanwezig, maar de gemachtigde van het college was wel aanwezig. De rechtbank heeft, met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft medegedeeld dat partijen binnen zes weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.
De rechtbank heeft het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen griffierecht had betaald. Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is het verplicht om griffierecht te betalen bij indiening van een beroepschrift. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op 14 augustus 2025 was geïnformeerd over de afwijzing van zijn beroep op betalingsonmacht en dat hij een termijn van vier weken had gekregen om het griffierecht te voldoen. Eiser heeft echter bij e-mail op 24 augustus 2025 laten weten dat hij geen griffierecht zou betalen. De rechtbank concludeert dat het griffierecht niet is betaald en dat er geen omstandigheden zijn die erop wijzen dat eiser niet in verzuim is geweest. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is openbaar uitgesproken door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. Een afschrift van het proces-verbaal is verzonden aan de betrokken partijen.