ECLI:NL:RBMNE:2025:6086

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
UTR 24/6480
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:67 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij bestuursrechtelijke procedure

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede. De rechtbank heeft op 22 september 2025 het beroep behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht niet is voldaan, ondanks dat eiser hierover tijdig is geïnformeerd en een termijn van vier weken heeft gekregen om te betalen. Eiser heeft expliciet aangegeven het griffierecht niet te zullen betalen. Er is geen omstandigheid gebleken die het verzuim van eiser kan rechtvaardigen.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is mondeling gedaan en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6480
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede

(gemachtigden: mrs. L. Bloos en P. Dekker).

Procesverloop

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 14 oktober 2024 op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college. Eiser was niet aanwezig.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij medegedeeld dat partijen binnen zes weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven. Uit het zesde lid volgt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort op de rekening van de rechtbank, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.
2. Bij brief van 14 augustus 2025 is eiser meegedeeld dat het beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen en eiser een nota griffierecht zal ontvangen. In de nota van 15 augustus 2025 is eiser een termijn van 4 weken gegeven om het bedrag te voldoen. Eiser heeft bij e-mailbericht van 24 augustus 2025 meegedeeld dat hij geen griffierecht gaat betalen.
3. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet is betaald en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiser niet in verzuim is geweest. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.