ECLI:NL:RBMNE:2025:6058
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke huurovereenkomst wegens verstreken termijn en overlast
Gedaagde huurt een woning van Veenvesters op basis van een tijdelijke huurovereenkomst die liep van 13 september 2022 tot 13 maart 2024. Veenvesters heeft de overeenkomst niet verlengd en vordert dat gedaagde de woning verlaat. Gedaagde betwist het einde van de huurovereenkomst en voert aan dat klachten over overlast onterecht zijn of hem niet kunnen worden toegerekend vanwege onvoldoende begeleiding en de gehorigheid van de woning.
De kantonrechter stelt vast dat de mededeling over het einde van de huur één dag te vroeg is verstuurd, maar dat dit niet leidt tot een verlenging voor onbepaalde tijd omdat dit onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De huurovereenkomst is derhalve geëindigd op de afgesproken datum. De klachten over overlast zijn onvoldoende weersproken en vormen een redelijke grond voor Veenvesters om niet tot verlenging over te gaan.
Gedaagde heeft geen recht op een andere woning en moet de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis verlaten. Tevens wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat ontruiming ook bij hoger beroep kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart de tijdelijke huurovereenkomst geëindigd en veroordeelt gedaagde tot ontruiming en betaling van proceskosten.