De werknemer is op 26 juni 2025 op staande voet ontslagen door de werkgever wegens vermeend ernstig verwijtbaar gedrag en het tonen van ongepaste beelden aan sporters. De werknemer betwist de rechtsgeldigheid van het ontslag en verzoekt vernietiging, doorbetaling van loon en toelating tot zijn werkzaamheden.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer sinds februari 2025 in dienst is en sinds eind mei 2025 volledig arbeidsongeschikt is verklaard vanwege intensieve behandeling. Het ontslag is gebaseerd op een incident van 26 mei 2025 en daaropvolgende meldingen, maar de werkgever heeft geen zorgvuldig onderzoek verricht, geen hoor en wederhoor toegepast en heeft de werknemer direct ontslagen terwijl hij arbeidsongeschikt was.
De kantonrechter oordeelt dat de dringende reden ontbreekt omdat het onderzoek naar de feiten onvoldoende is en de beschuldigingen niet zijn vastgesteld. Ook de tweede ontslaggrond over ongepaste beelden is onvoldoende onderbouwd en berust op verklaringen van horen zeggen zonder hoor en wederhoor.
Daarom wordt het ontslag op staande voet vernietigd. De werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 26 juni 2025, inclusief wettelijke verhogingen en rente, en moet de werknemer toelaten tot zijn werkzaamheden, indien zijn gezondheid dat toelaat. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval de werkgever niet voldoet aan deze verplichting.