ECLI:NL:RBMNE:2025:6047

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
25/4621
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te laat indienen tegen besluit WOZ-heffing

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap betreffende de WOZ-waarde. Het besluit is op 21 juni 2025 bekendgemaakt. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift binnen zes weken na bekendmaking bij de rechtbank zijn ontvangen.

In deze zaak is het beroepschrift pas op 9 augustus 2025 ontvangen, wat later is dan de uiterste datum van 3 augustus 2025. Eiser stelde dat hij het beroepschrift te laat indiende vanwege vakanties, vrijwilligerswerk en een toezegging van verweerder dat de beslissing op bezwaar pas in het najaar van 2025 zou volgen.

De rechtbank oordeelt echter dat deze redenen niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding leiden. Eiser had maatregelen kunnen treffen om tijdig van het besluit op de hoogte te zijn, bijvoorbeeld door iemand anders de post te laten beheren. Daarom wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaard niet-ontvankelijk.

Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 10 oktober 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4621

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente] ,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 21 juni 2025.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 21 juni 2025. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 3 augustus 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 9 augustus 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser zegt dat hij te laat was, omdat hij in verband met vakanties en vrijwilligerswerk het besluit te laat in handen had. Tevens geeft hij aan dat verweerder had toegezegd pas in het najaar van 2025 een beslissing op bezwaar te geven, en dus niet in juni 2025 al. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde redenen er niet voor zorgen dat het te laat ingediende beroep verschoonbaar is. Eiser had in verband met zijn vakanties iemand anders naar zijn post kunnen laten kijken en via die weg tijdig van de beslissing op bezwaar op de hoogte kunnen zijn en beroep kunnen instellen. Het beroep is dan ook ten onrechte te laat ingesteld.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk
niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
10 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.