ECLI:NL:RBMNE:2025:6032

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
25/2885
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar inzake parkeerbelasting

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, enkelvoudige kamer, op 24 oktober 2025, wordt het beroep van eiser behandeld tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist. Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 6 december 2024, maar de heffingsambtenaar heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiser heeft op 30 december 2024 zijn bezwaarschrift ingediend, maar de rechtbank stelt vast dat dit bezwaarschrift in de laatste zes weken van het kalenderjaar is ingediend. Dit heeft gevolgen voor de beslistermijn die geldt volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank legt uit dat als een bestuursorgaan niet op tijd beslist, de betrokkene een ingebrekestelling moet sturen. In dit geval heeft eiser verweerder op 3 maart 2025 in gebreke gesteld, maar de rechtbank concludeert dat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over hun mogelijkheden om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2885

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 30 december 2024.
Verweerder heeft, onlangs meerdere verzoeken daartoe, geen gedingstukken en verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op het bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Als een betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Van een dergelijke situatie is hier sprake. De rechtbank legt dat hierna uit.
4. Het besluit waartegen bezwaar is ingesteld, is van 6 december 2024. Eiser heeft op 30 december 2024 zijn bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Op een bezwaarschrift dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar, dient verweerder een beslissing op bezwaar te nemen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen. [2] Als het bezwaarschrift in de laatste zes weken van een kalenderjaar is ingediend, dan geldt de normale beslistermijn uit artikel 7:10, eerste lid, van de Awb. In dat geval moet een bestuursorgaan binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken, een beslissing op het bezwaar bekend moet maken.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn bezwaarschrift heeft ingediend in de laatste zes weken van het kalenderjaar. Daarom moet naar de normale beslistermijn uit de Awb gekeken worden. Hierover merkt de rechtbank op dat verweerder geen gedingstukken heeft overgelegd. De rechtbank kan dus niet vaststellen of de beslistermijn verlengd is. Dit komt voor risico van verweerder. Dat betekent dat verweerder uiterlijk op 1 maart 2025 een besluit op bezwaar bekend had moeten maken. Aangezien dit een zaterdag was, is de laatste dag van de beslistermijn opgeschoven naar 3 maart 2025. [3] Eiser heeft verweerder op 3 maart 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
6. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
24 oktober 2025.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 236 lid 2 van de Gemeentewet.
3.Artikel 1 van de Algemene Termijnenwet.