ECLI:NL:RBMNE:2025:6014

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
25/1335
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet betalen griffierecht

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, enkelvoudige kamer, op 31 oktober 2025, wordt het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de inspecteur van de Belastingdienst behandeld. Eiser heeft het griffierecht van € 187,- niet betaald, wat leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft eiser herhaaldelijk geïnformeerd over de betalingsverplichting, zowel per gewone als aangetekende post, maar het griffierecht is niet ontvangen. De rechtbank oordeelt dat er geen geldige reden is gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, waardoor de zaak niet inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen sprake van een proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om een verzetschrift in te dienen binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1335

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: R.A. Meijer),
en
de inspecteur van de Belastingdienst Belastingen / Grote ondernemingen,verweerder,
(gemachtigde: mr. C.J. Wiltink).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder.
Verweerder heeft op 23 mei 2025 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 11 oktober 2024 per gewone post en op 9 november 2024 per aangetekende post brieven gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Ook heeft de rechtbank op 25 maart 2025 per aangetekende post een brief aan de gemachtigde van eiser verzonden, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Op 9 mei 2025 heeft de rechtbank de nota van 25 maart 2025 bovendien per mail aan de gemachtigde van eiser toegezonden.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
31 oktober 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.