ECLI:NL:RBMNE:2025:6011

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
25/685
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitspraak op bezwaar WOZ-beschikking wegens te late indiening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente over een WOZ-beschikking. Het beroep is ingediend op 24 januari 2025, terwijl het besluit op 25 oktober 2024 bekend is gemaakt. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest het beroep uiterlijk op 6 december 2024 bij de rechtbank zijn ontvangen.

De rechtbank heeft eiser tweemaal schriftelijk verzocht om een geldige reden voor de te late indiening te geven, maar hierop is niet gereageerd. Eiser stelde in het beroepschrift dat het besluit op 24 december 2024 bekend zou zijn gemaakt, maar dit is niet onderbouwd en niet aannemelijk gebleken.

Daarom oordeelt de rechtbank dat het beroep niet tijdig is ingediend en verklaart het niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke behandeling van het beroep vindt niet plaats en er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/685

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 24 januari 2025 tegen de uitspraak op bezwaar van 25 oktober 2024.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van Pro de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 25 oktober 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 6 december 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 24 januari 2025. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank heeft eiser op 24 januari 2025 en op 26 februari 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk 7 februari 2025 respectievelijk 12 maart 2025 moet aangeven waarom hij het beroep te laat heeft ingediend. Deze brief is verstuurd via het digitale systeem van de rechtbank. Eiser heeft hiervan een melding ontvangen. Omdat eiser digitaal deelneemt aan deze procedure, geldt deze brief als een aangetekende brief. De rechtbank stelt vast dat eiser hierop niet heeft gereageerd.
4. De rechtbank merkt nog op dat eiser in het beroepschrift schrijft dat het besluit op 24 december 2024 is bekendgemaakt. Deze stelling wordt echter niet nader toegelicht of onderbouwd, ook niet in reactie op de brieven van de rechtbank van 24 januari 2025 en 26 februari 2025. De rechtbank ziet in het dossier ook geen aanwijzingen om van deze datum uit te gaan en gaat daarom uit van de datum zoals genoemd in het besluit. Dit is 25 oktober 2024.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
10 september 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.