In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 3 oktober 2025, gaat het om een beroep dat eiseres heeft ingesteld tegen de Dienst Toeslagen. Eiseres, woonachtig in België, had bezwaar gemaakt tegen een definitieve beschikking inzake compensatie voor kinderopvangtoeslag, maar de Dienst Toeslagen heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres heeft op 27 december 2024 bezwaar gemaakt, maar de beslistermijn is overschreden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de Dienst Toeslagen op 16 juni 2025 in gebreke is gesteld door eiseres, waarna zij op 23 juli 2025 beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep gegrond is, omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig een besluit heeft genomen. De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen opgedragen om binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft recht op een vergoeding van de proceskosten, die is vastgesteld op € 453,50, en het door haar betaalde griffierecht van € 53,- moet ook worden vergoed. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.